Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 208 )-

fe, en wegjaage. Het is onnoodig, hem het leeven te benemen.

De Vaders hebben derhalven, ter nakominge hunner verplichtingen, het recht over Jeeven en dood niet van nöoden, en bijgevolg komt hun hetzelve niet toe. < Ook hebben zij geen recht, om hunne Kinderen, noch ten aanzien van ligchaam , noch ten aanzien van ziel, te verminken ; niet alleen , omdat dit recht ter vervulling van,hunne plichten nutteloos is, maar voornaamlijk, omdat het rechtflreeks tegen hunne eeriïe verbindten is aanloopt, welke gelegen is in het ongefchonden bewaaren van het leeven hunner Kinderen , en om hen het leeven waarlijk tot geluk te doen verftrekken. Een gebrekig ligchaam is een groot kwaad, maar eene gebrekige ziel een onheil, dat nog veel erger is.

Eene barbaarfche itrafoefening , door welke het Kind van zijne gezondheid beroofd , de gezonde gefieldheid zijnes ligchaams gekrenkt , of één zijner leden of zintuigen gefchonden wordt, is eene ontegeufprceklijke wandaad, en openbaare fchending van de eerde wetten der rechtvaardigheid.

En wat moet ik zeggen van die manier van han, delen - welken naam moet ik 'er aan geven - wanneer , naamli k, de mensch van de aangenaamtte vcrmaaken, die dc zintuigen hem verfchaOen, heroofd wordt ; wanneer de vermogens zijner ziele ontaard en verbasterd worden ; wanneer men hem tot lafheid aanzet; wanneer men hem als tot eenen onvruchtbaaren boom maakt, en, hem zijnen bloei ontnemende, tot verachting fielt van beide Sexen.

Eene

Sluiten