Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C «fx )-

wien behooren de neigingen der Kinderen eer be kend te zijn, dan aan de Ouders? Wanneer zij nu in hun derzelver verkiezing ontdekken, en de Ouders deze met gelieven intewilligen, blijft dan de kcu/e dier Jongelingen niet dikwerf, zonder eenig o-eVolff ffliooren? Aan wien toch kunnen zij, met een goed gevo.g, tegen de inwilliging hunner Ouders klagen, war k«nne„ 2ij hulp verwachten? Zoude de liefde van een' bloedverwant of gegoed vriend hen durven helpen, al, de wiZ^ ^^eene redenen zijn w.nnen maar waar zi n zulke bioedverwanten, zulkejenden ? 'Er behoort dan meer, dan gewo" e redenkracht, om de gevoelens der Ouders met die der x.nderen te vereenigen; en de beste gelegenhe>d daartoe wordt in het huisbezoek «„geboden Wat ,s krachtiger, of meer overtuigend ter aa moed "lng voor eenen Jongeling, en meer overreedend voor Ouders dan de „«Hokkende taal van eenen trouwhartigen Leer-

aar.dreproefondervindelijkweet.wathetinzchheer den openbaaren Predikdienst, en de daaraan verkno ! te lasten en zwarigheden, waartenemen, Indi 7es vermogende genoeg is, om de eigenzinnig^ Ouders over en gedrag, fchaamrood te doen worden "L' bij zulk eene gelegenheid.

Hoezeer het de plicht is van de bedienaaren des H Buangebums, om gefchikte voorwerpen tot Zei H. Bed.en.ng optefpooren, en dezelven met al hun vermogen daartoe aantemoedigen , behoef ik L 3n;i.I,iederW-^b-tgezantza, dit „iet alle n ne ke ' ' V* ^ -orrecht

IV D IlVs. 'S "T k'Sn,mend- —

over-

Sluiten