Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 8 )-

kend behooren te worden. Ook werkt zij bij zommigen zeer verkeerdlijk , door hunne waare verdienften te verloogchenen, en zich te willen doen gelden door verdienden, welken zij geheel niet bezitten.

Agtste Waarneming.

Alle Menfchen hebben hunne luimen; de een meer, de ander minder, waardoor hunne rust, vrolijkheid, helderheid van geest, oordeel en vriendfchap, rijzen of daalen, even als de kwik in het weérglas: bijzonderlijk zijn hieraan onderhevig zij , die gewoon zijn, zich op kleenigheden te verhovaardigen; de fentimenteelm of de gewaande gevoeligen ; de geleerden , en vooral zij, die veel fchrijven, en eindelij doorgaands zij , die in eene kunst of wetenfchap uitmunten.

Negende Waarneming.

De Menfchen hebben, op alle pltatzen en in alle ftanden, menigerleie verdragen gefmeed en in trein gebragt , ten aanzien van loutere uitwendigheden , Jn welker waarneming zij doorgaands veel geftrenger beoordeelaars zijn , dan omtrend de opvolging van zedenlijke wetten. Deze verdragen noemen wij zeden, gewoonten en welvoeglijkheid. Daartoe behooren kleeding en opfchik , reinheid en netheid van kleeding, de gewoone kenteekenen van onderfcheidenden rang , alle blijken van achting in het gemeen, de eerbiediging der Vrouwen , de gewoone ilille aan'

dacht

Sluiten