is toegevoegd aan je favorieten.

Proef eener elektrische natuurkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* «91 -4-

fc dampen zijn, die noodzaaklijk door een damp* kring moeten opgehouden worden.

II. Zoekt hij aan te toonen, dat de dampkringen der dwaal- en Ftaartftarren, als ook die van dé zon, uit dezelvde hoofdftoflijke vloeiftof beftaan j als die der aarde , welke met een dampkring van

lucht omgeeven is. Wederom bedient zich de

Heer oliver hier toe van ftarrenkundige waarnee», mingen ten opzichten van de zon en ftaartftarren: cn, ten opzichten van de dwaalftarren, beroept hij zich op de övereenkomft, die dezelven met onzen aardbol hebben; op deze wijze toont hij aanj, das deze dampkringen allen doorfchijnend en veerkragtig zijn, en daarom uit dezelvde hoofftof beftaan, als onze dampkring, te vveetcn, lucht.

III. Neemt de fchrijver op zich te bewijzen, dat de dampkringen van de zon, de dwaal- en ftaartftarren eikanderen onderling afftooten: terwijl 'er tusfehen de hchaamen of bollen zelvs, en hunne dampkringen eene onderlinge aantrekking plaats heeft.

Om hier in zijn oogmerk te bereiken, gaat hij eerft het afftootend vermogen der luchtdeeltjes, die deze dampkringen zaamenftellen, afzonderlijk na, en trekt daaruit, ten anderen, het gevolg, dat diergelijke afftooting eveneens moet plaats hebben tusfehen de zaamengevoegde deelen of dampkringen zelvs.

Ten dien einde geeft hij de vier volgende voorftellen op , en zoekt dezelven, zo proefondervin-1