is toegevoegd aan je favorieten.

De algemeene en byzondere natuurlyke historie, met de beschryving van des konings kabinet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i4a DE NATUURLYKE HISTORIE

geit van Juda, geleeken naar die zelfde deelen by den bok befchouwd ; maar de ongelykheden der groote herflenen waren een weinig verfchillend by die twee dieren; deze herflenen woogen by de geit van Juda eene once en drie drachma's, en de agterherflenen drie drachma's en agt-en-twintig greinen.

Dat dier hadt flegts twee tepels ;zy waren elk negen lynen lang,en zaten op vyftien lynen afftands van malkanderen geplaatlt; zy hadden vier lynen middellyns aan de bafis.

Ik ben geen duidelyk verfchil ontwaar geworden tuffchen de in- en uitwendige deelen der voortteeling, by de geit van Juda, en by die van ons land, en by de ooij befchouwd; de binnenfle mond der lyfmoeder van de geit van Juda zat met verfcheiden kleine knobbeltjes bezet; daar zaten op de binnenfle wanden der hoornen van de lyfmoeder eene menigte kleine kelkklieren in de gedaante van bekertjes, van eene of twee lynen middellyns.

De zaadballen fcheenen gezwollen te zyn, ook was deze geit ritzig toen men haar doodde ; men zag eene dikte ter grootte van eene linz op een van de zaadballen; hetzelve openende fprong daar een zeer helder vogt uit, dat uit de groote watervaten uitliep , welker holligheden binnen in den zaadbal ledig bleeven.

Het geraamte (Pl. XXIV, fig. i), van den bok van Juda, gelykt volkoomen naar dac van onzen bok.