is toegevoegd aan je favorieten.

Proeven van Nederduitsche welsprekendheid.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WELSPREKENDHEID.' t§

gekrabr, fpellende; dat hy twee oover felle tor* tien der paleye had afgeftaan, zonder (hot zeer men V hem aanftreed) Martini te bezwaaren: mitsgaders hoe verre de zelve, door Michiel van de Wiele, gemeldt was. Sint deed men het potteken daaghelyx oover cn-weeder wandelen, en vernam alzoo, wat den gevangen van tydt tot tydt bejeeghende. De Landtvooghdr, bericht van de belydenis der ondervraaghden, zond, om den Griffier op 't flot te haaien, den Prevooft Camargo; die, ter volle zaamening van de Wethouders, zynen laft by gefchrift toonde, met verzoek, dat men hem Martini volghen liete, om zich in jegenwoordigheidt van Michiel te verantwoorden. Markgraaf en Majeftraat fpraaken hem heftelyk teeghen, zich beroepende op de handtveften, den Hartoghdoome van Brabandt en der ftadt in 't bezonder verleent: uit kracht der welke niemandt, dan de Hóoftamptman, vermoght eenen burgher, voorneemelyk die van aanzien waar, in hechtenis te neemen; en zulks eerft naa tuighenis, dat den rcchteren voldeede, zonder hem ook erghens, dan voor zyn' wettighe vierfchaar te betrekken. Camargo, weederom, dreef dat in hooghe oeveldaaden, voor al in Majefteitfchenderye, als dit was, zoodaanighe vrydoomen ophielden: en vermaande den Griffier, met gemoede gang te fpoeyen, dewyl hy anderszins onthiet had, om fterke handt, alwaar