Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 33° >

meer jaaren op zijne rekening telde, beweerde fort et ferm, dat de veinzerij allergevaarlijkst, ichadelijk, en verachtelijk was, en in gewijde en ongewijde bladen met recht verfoeid werdt.

Nu vraagt mijn onbekende Welmeenende Schrijver mij,, of ik door het doen van eenige vragen over dit onderwerp, eenig licht zeu kunnen geven? of het veinzen in onze verlichte dagen, (zou mijn Vriend dit ook bij avond gefchreven hebben, met twee kaarsfen voor zich? gelijk ik thans, zoo dat ik door het al te fterk licht puur verbijsterd ben, maar mijn lieve vrouwtjen zit bij mij, en zegt, dat zij ook een licht wil hebben, en als de vrouwtjens fpreken, wie zou dan niet buigen, al fchemerde het voor zijne oogen?) wel zoo fchadelijk en gevaarlijk zij als het ons in vroeger tijden befchreven is?

Ik vond deze vraag zoo billijk, dat ik mij aan dit verzoek niet wil onttrekken, en dewijl ik voor mij zeiven dikwijls over dit onderwerp gedacht heb, zal ik eemga vraagen over hetzelve aan den Lezer doen ? of hij mij ermijnen Vriend ook te recht kan helpen.

Is het niet een nuttig gezegde, qui bene dijiinguit, bene docet, die wel onderfcheidt, leert wel? En zullen wij dienvolgends niet wel doen, als wij hier een weinigjen onderfcheid maaken tusfchen veinzen en veinzen ?

Kan men de geveinsdheid niet onderfcheiden ten aanzien van de onderfcheiden rangen en ftaaten van menfehen, in eene Theölogifche of Religieufe, Staatkundige, Geleerde en Burgerlijke geveinsdheid, ten aanzien van de bronnen , waar uit zij voortvloeit, in eene opzetlijke geveinsdheid , die men huichelarij noemt? of eene onnozele? of eene natuurlijke? of eene vreesachtige?

Schrikt gij ook, Lezer! wanneer gij van zoo veele foorten van geveinsdheid hoort praaten? Wel, hadt gij u dan verbeeldt, dat 'er maar ééne foort was, omdat gij misfchien

Sluiten