Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C Soo )-

zijn; elk fmaakt in zrnen fond en betrekkingen dé vruchten van zi n' vlijt en iever, elk een is gelukkig, en dankt met een' traan van blijdfchap de weldaadige hand der alwijze Voorzienigheid, wtU ke hem zoo fchoon , zoo bekoorlijk een lot gefchonken heeft.

Dan, wat nch is het, \ geen wij als de eenige en wezenli |{e oorzaak van al dit geluk, vari alle deze zegeningen befchouwen moeten? Niets * niets anders, dan de fchoone kunften en nutte wetenfchappen: noodeloos is deze vraagé na eene be. daarde vergelijking. Deze alleen zijn het, welke den ontembaaren aard des menschdoms verzagten en leenigen; de ftervelingen geduurig nader aan eikanderen verbinden; hen in het genot der ongeftoorde genietingen van vreugde, van gezelligheid, hun vermaak doen vinden , en alle die wreedheden , die euveldaden en gruwelen, welke eene woeste en bloeddorftige Natie van omzwervende horden zoo zeef kenfchetzen, met afgruzen en verachting leert ontvlieden. Overtollig zoude het zijn, hierbij nog langer ftilteftaan. Nabuurige volken zelfs leveren ons hiervan de ontegenzeglijkfte blijken op. Wat , bidde ik, was het wijd uitgeftrekt , het verbaazend Rusland, eer de onfterflijke Peter de I. der konften , der befchaafde wetenfchappen , op deszelfs grond, eenen Tempel ftichtte, en zijnen on, handelbaaren Landgenoot voor zagter en edeler gevoelens vatbaar maakte? Dat de Jaarboeken getuigen, hunne uitfpraak zal op mijne zijde zijn.

Pi?

Sluiten