Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— ( 252 )—

bet kwaade meer hebb'n. Iedere geringe- verwijdering van -onze vrienden en bekenden zoude eenë ftaaking onzer mededeeling en Onderhandeling mee hun zijn , wanneer wij noch fpraak , noch fchrif't hadden.

Onze ziel deelt haare gedachten en gewaarwordingen thands aan hen mede , hoe verr' zij ook van ons verwi derd zijn. Wij fpreken met onze Vrienden en bekenden-, in dë afgelegenfïe oorden der waereld. En menfchen, welken wij nimmer zagen, nimmer hoorden , en die ook ons nimmer zagen noch hoorden , vernemen onze gedachten , gewaarwordingen , ontwerpen en wenfehen, en wij vernemen de hunnen: — dooi' de fpraak wordt alles aan onzen geest vertegenwoordigd — wordt alles lichc voor ons verftand.

Door het fpreekvefmogen , is de mensch ook voor de vreugd en de gelukzplitrrieid des gezelligen leevens vatbaar. De Mmsch is', en moest", volgends zijne beftemming , niet voor zichzelven alleen genoeg zijn. Hij is voor een gezellig leeven gtfcllapen , en in het genot van hetzelve geraakt hi; tot zijne befchaaving en tot zijn geluk. — En wat zoude hij, hier, zonder de fpraak zijn? - Ziet de Menfchen in hun beziire leeven , en onderzoekt, wat aan hunne werkzaamheid orde en. overeenilemming geve; en Gij zult bevinden, dat de fpraak de ziel des bezigen leevens is. — Menfchen deelen Menfchen hunne gewaarwordingen , en ondervindingen mede , uiten hunne oogmerken, hunne ontwerpen en overleggen onderling de middelen ter bereiking»

van

Sluiten