Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 32* )-

Vooreerst, Gelooft zij, dat zij alleen uit de geheele Stad zich op de huishouding het best verftaat: „ alle andere Vrouwen," dus fpreekt zij, „weten'er niets van; zij moeten dan eerst zolang huisgehouden hebben, als zij, om 'erover te kunnen oordeelen," — Elke nieuwe dienstmaagd moet zich bij haar das wel wachten, éénige gewoonre uit haaren voorigen dienst mede te brengen, anders is dit reeds de eerfte aanleiding tot misnoegen.

Ten tweeden, gelooft zij , dat alles, zeifs de geringfte kleenigheden , juist zoo moeten behandeld worden, als zij het begrijpt, en geen haair anders , of het kon onmooglijk goed gaan, en alles zou in het wild lopen.

Deze gronditelling der opzetlijkfte eigenzinnigheid, welke zoveel twist en onrust in de waereld verwekt is volftrekt onverdraaglijk. Ik" hoope doch , lieve' Kind, dat het U vrij onverfchillig zijn zal, of uwe me.d den eenen poot van uw fchenktafeltje naar het Noorden of naar het Zuiden toe zette, of zij de tang aan deze of gene zijde van den haart plaatze: als het vuur maar brandt , en de geheele tafel maar op haare plaats ftaat.

Fouten in dergelijke kleenigheden ziin onvermij. delijk en iA een huishouden zeer meenigvuldig, en die daarover geduurig knort en mort, kan nooitVen vergenoegd leeven hebben.

Ten derden. Ge-looft zij , dat men door bezuiniging in wezenlijke kleenigheden waarlijk rijk ka» worden.

Dit

Sluiten