is toegevoegd aan je favorieten.

Eerste antwoord van G. Bonnet, aan [...] P. van Hemert, op zyn [...] brief over de rede, en haar gezag in den godsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m 5

Vermits nu nimmer bewezen kan worden, dat allen die onder de bediening van het Heilig Euanselie leeven, veelmin, dat alle menfchen, die vatbaarheid, dat vermogen des verftands, bezitten, •t welk vereischt wordt, om godlyke zaaken, die tot hun eeuwig belang betrekking hebben, m het regte ligt te befchöuwen; en integendeel, de blyken van het gemis deezer vatbaarheid, en, algemeen, en, onnoemlyk zyn, zoo houd ik, alsnog, het bewys, voor het bederf der rede, uit zedelyke dwaalingen opgemaakt, voor onwederleglyk.

Na uw befluit gemeld te hebben, laat ge nog dit volgen,

„ Zy, die uit de wanzedelykheid, en ook uit de verkeerde begrippen van de pligten, in by zondert „ omflandigheden, tot het bederf onzer rede, be„ fluiten, befluiten te veel, en florlen zich in taft„ baare ongerymdheden"

En welke zullen die tastbaare öngerymdhedea zyn ? UWEd., om ze onder de aandacht van den Leezer te brengen, gaat dus voort:

„ Of zou men, wanneer ten konftenaar eens en „''meer maaien, een ftuk Voortbrengt, 't welk zyns niet -waardig was, daaruit ter/lond moeten a/lei„ den, dat de man geen vermogen had, om voord, aan hetere plukken voor den dag te brengen? Alzo „ min zalmen, uit de zedelyke dwaalingen, het be„ derf der rede bewyzen. enz"

i.) Wat het voorbeeld Van deezen konftenaar betreft; zoo de reden van het gebreklyke zyns gewrogts buiten hem is, of, in de ftof, waarvan hy

zich