is toegevoegd aan je favorieten.

De geestenziener; eene geschiedenis, getrokken uit de gedenkschriften van den graaf van O**.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 DE GEESTENZIENER.

doolhof van verwarring te verdwalen. Eene bijgeloovige, ilaaffche opvoeding was de bronwel dier vrees; deze had zijn teder herfengeflel fchrikbeelden ingedrukt, waar van hij zich, zijn ganfche leven door, nooit geheel en al ontdoen kon. Eene Godsdienftige zwaarmoedigheid was de erfziekte in zijne familie ; de opvoeding , die men hem en zijnen broederen geven liet, ftrookte juist met deze gemoedsneiging, en de menfchen, welken men hen aanvertrouwde, uit dit gezigtspunt gekozen, waren dus dwepers of huichelaars. Het eenigfle middel, om zich van de hoogfle voldoening der vorst, lijke ouders te verzekeren, was, dat men al de le-i vendigheid van het knaapje verflikte en den geest tot eene gefladige dofheid dwong. Zulk eene zwarte fombere gedaante befchaduuwde het geheele ti-'d-j perk van des Prinfen jeugd; uit zijne fpelen zelfs was de vreugd verbannen. Alle zijne Godsdienftige denkbeelden hadden iets vreeslijks, en juist dit ijslijke en harde was het, dat zijne levendige verbeeldingskragt het eerst vermeesterde, en ook het langst daar in de overhand behield. Zijn God was een fchrikbeeld , een flraffend wezen; zijne Godsvereering beftond in op eene flaaffche wijze te fidderen, of zich blindlings te onderwerpen, zoo dat hier door alle kragt en floutmoedigheid verflikt en uitgebluscht werd. Bij alle zijne kindfche en jeugdige neigingen en driften, die een flerk h'gchaam en eene bloeijende gezondheid nog heviger deden uitberflen, ftond de Godsdienst hem in den weg; niet alles ^ waar in zijn jeugdig hart behagen fchiep.,

was