Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NASCHRIFT OVER DE AKATHISTISCHE HYMNE. x)

Documentaire bewijzen voor de bepaling van het tijdperk van ontstaan der AH bezitten wij niet, en voor elke poging tot dateering zijn wij uitsluitend op zijdelingsche afleidingen aangewezen. Met deze bedoeling heeft Maas2) de O-strophe en eenige andere teksten der AH vergeleken met ongeveer gelijkluidende teksten bij Romanos den meiode, den patriarch Tarasios, Basileios van Seleukië, en eenige andere auteurs. Uit deze vergelijking leidt Maas af, dat de AH ouder zou zijn dan Tarasios (laatst der 8-e eeuw) en jonger dan Basileios (5-e eeuw). Hij ziet bij Basileios het voorbeeld, bij Tarasios een nawerking van de AH.

Straks zullen wij nagaan, of Maas' gronden overtuigend zijn. Reeds nu willen wij er op wijzen, dat de vrij zeldzame teksten welke met de eerste regels onzer 15-e strophe overeenstemmen 3), niet altijd den zelfden dogmatischen inhoud hebben, en dat, naar onze meening, Maas niet voldoende gelet heeft op het verband waarin zij voorkomen.

1. Terecht wijst Maas de opvatting af van PapadopoelosKerameus, die (Vizantiiski Vremennik X, 397 v.) een aantal teksten uit het Neon Theotokarion van Nikodemos den Hagioriet heeft samengebracht, welke hij als voorbeelden voor de AH beschouwt. Papadopoelos-Kerameus heeft zich bij deze deductie laten leiden door zijn, elders4) op onvoldoende gronden gebaseerde stelling, dat de AH in de 9-e eeuw thuishoort, en zelfs dat zij van de hand van Photios zou stammen. Maas laat zien, dat b.v. strophen van een (pseudo)

x) Zie mijn „Iconographie van den dubbelen Logos" (Meded Dl 78, N° 6).

2) Byz. Zeits. XIV, p. 644 v.; XV, p. 19 v.; XIX p. 285.

3) Zie bij Krypiakiewicz, Byz. Zeits. XVIII, p. 375 v. *) Vizantiiski Vremennik X, p. 375 v.

247

Sluiten