is toegevoegd aan uw favorieten.

1784 - 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nut is op deze wenk ingegaan; de algemeene vergadering van 1880 trok een crediet uit van 1000 gld. voor een te houden cursus voor onderwijzers en bovendien 1000 gld., ten einde departementen te steunen, die het onderwijs in handenarbeid wilden bevorderen. In Juli 1881 werd de Nutscursus geopend onder leiding van den heer J. Stam, hoofd van de school in het Burgerweeshuis te Amsterdam. In de daarop volgende jaren bleef het Nut den handenarbeid steunen, ook toen in 1882 de vereeniging tot bevordering van het onderwijs in handenarbeid was opgericht. Van 1881 — 1884 besteedde het Nut voor dit doel de niet onaanzienlijke som van f 7600.—■. Geregeld kwam elk jaar 1000 gld. op de begrooting ten behoeve van cursussen in handenarbeid.

Toch ging het met deze zaak niet zoo, als in den aanvang werd verwacht. Dit was voor het Nut aanleiding om een poging te doen, de beweging wat nieuw leven in te blazen ; het besloot een enquête in te stellen naar de toestand van het onderwijs in handenarbeid en daarover een rapport te doen verschijnen. Dit rapport, samengesteld door Dr. W. Pleyte, Dr. J. Zaayer Az. en J. Bruinwold Riedel, gaf een weinig opwekkend beeld van wat bereikt was ; van eenige organisatie van het onderwijs in handenarbeid was weinig sprake ; conclusies van opbouwende strekking konden niet worden gegeven. Ten einde de publieke opinie voor te lichten, hoe het wèl moest zijn, gaf het rapport de denkbeelden over de organisatie van dit onderwijs van eenige bekende voorstanders van dit vak. Deze uiteenzettingen van de heeren : J. Stam, D. Groeneveld, P. T. van der Meulen, F. W. van Eeden, Dr. J. H. Gunning Wz. enW. Haanstra hebben een belangrijken invloed uitgeoefend, vooral in de Vereeniging tot Bevordering van het Onderwijs in Handenarbeid. De enquête heeft veler oogen geopend en sedert dien is een opleving duidelijk merkbaar, — niet het minst doordat de handenarbeid op de Kweekscholen werd ingevoerd en de steun wist te verwerven van vooraanstaande schoolmannen.

Een ander onderwerp, de lagere school betreffend, dat in deze dagen in 't Nut op tal van Algemeene Vergaderingen de aandacht vroeg, was de Leerplicht. Herhaaldelijk wendde het Nut zich tot de regeering met verzoek tot invoering van een leerverplichting. Bij de opening van de Algemeene Vergadering in 1899 zei de voorzitter, Mr. H. Smeenge :

,,Geen wonder dan ook, dat wij, Nutsleden, ons er over verheugden, toen in 1897 de heer Borgesius geroepen werd tot de hooge waardigheid van Minister van Binnenlandsche Zaken. Deze immers, de man van het Nut, de man van Volksonderwijs, werd daardoor in staat gesteld, zijne — ook onze —• denkbeelden omtrent dit punt in een jontwerp te belichamen."