Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den en om door anderen, ten gevolge zijner weldaden gelukkiger te zien, zelf gelukkiger te worden."

Alen meene echter niet dat het Nut alleen door de verspreiding van geschriften, die de leden aan hun onderhoorigen in handen gaven, volksontwikkeling wilde bevorderen.

Het is de tijd van het kleinbedrijf, stoom wordt nog niet aangewend. En waar grootbedrijf zich ontwikkelt, wordt het uitgeoefend niet in een groote werkplaats, maar in de woningen, juister, krotten der arbeiders : de huisindustrie bloeit.

In een verhaal: ,,Pieter Schijn en zijne dorpsgenooten", geïnspireerd door Pestalozzi s ,,Lienhard en Gertrud" bezoeken wij een ,,spinschool, gedreven door dezen huichelachtigen Piet. „Hij laat zich er niet weinig op voorstaan, dat hij aan zoovele arme menschen werk en brood verschaft. Maar hij doet tevens een winkel, en het spreekt van zelf dat men het verdiende loon grootendeels in winkelwaren moet ontvangen." De Maatschappij nu wil daar een eind aan maken en pogingen doen om een „fabryk op te zetten ... en dan zal er in den fabryk een heel strenge tucht heerschen; en in tusschen-uren zal er school gehouden worden .... en dan meent men dat de jonge lui zoo knap zullen worden, dat zij door den tijd —• als zij anders geen werk hebben — te huis wel voor de lui kunnen werken en onafhankelijke menschen worden . . . ."

Het blijkt dus dat de Maatschappij verder zag dan den kring van loontrekkenden, die haar leden bereikten. Dit wil echter niet zeggen, dat zij zich ooit opzettelijk zou bekommerd hebben om de massa, die wij kennen als het proletariaat, door de grootindustrie in het leven geroepen.1) Zeker niet met haar uitgaven en evenmin met haar voordrachten die in de tweede helft der vorige eeuw zoon groote plaats innemen bij haar opvoedend werk. Er zat geen systeem in de keuze der onderwerpen en de sprekers die van elders komen, kenden noch de behoeften, noch de vatbaarheid van hun publiek. Wat niet wegneemt dat in de provincie, in stad en dorp, bij zeer schaarsche verkeersmiddelen, de nutsavonden cultureel meer beteekenden an buitenstaanders zich kunnen voorstellen. Wrij willen ook niet vergeten hoe pas in de laatste jaren systeem en ordening gebracht is in de meer stelselmatige volksopvoeding van dezen tijd.

En hoe men eerst begint tot het inzicht te komen dat alleen beklijft en ten goede werkt wat aansluit aan het reeds voorradige in hoofd en hart

,I?e °udste vereemging, die werkelijk lezingen voor het volk hield, schijnt een in 1817 te Rotterdam opgerichte te zijn geweest, waar het plaatselijke Nutsdepartement de hand in had."

• L. J. Brugmans. De arbeidende klasse in Nederland in de 19e eeuw.

Sluiten