Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzicht en kennis in ruime mate worden verspreid. Immers, aan goede, voor het volk bevattelijke, tevens voor kleine beurzen toegankelijke lectuur bestond in die jaren een volslagen gebrek. Om in die leemte te voorzien, zagen de eerste ,,hoofdbestuurderen" als beste weg : zelf verhandelingen uit te geven op elk gebied van kennis en kunst, en deze geschriften tot aanzijn te roepen door het uitschrijven van prijsvragen. Deze gedachte bleek een gelukkige greep, want van alle kanten, natuurlijk in de eerste plaats uit nutskringen, kwamen manuscripten binnen over onderwerpen als : „Het bestaan van God" ; „Over de vriendschap met God" ; „Over de waarheid en godlijkheid der Heilige Schrift" ; „Over de verpligtingen van den braaven huisvader en huismoeder in 't gemeen burgelijk leven" ; „Aangaande den invloed van de liefde tot den naasten op den koophandel" ; Theorie van straffen en belooningen in de scholen"; „Schoolboekje van Nederlandsche deugden"; „Voorbeelden van deugdzame bedrijven"; „Zedekundig handboek voor den zeemansstand" ; enz. enz. Naast deze onderwerpen van godsdienstigen, zedekundigen, opvoedkundigen aard stonden andere, behoorende tot de geschiedenis, de natuur- en scheikunde, de geneeskunde, de rechtsgeleerdheid, landbouw en handel, teeken- en toonkunst. Kortom, geen enkel terrein van kennis of kunst werd vergeten of verwaarloosd, en reeds deze magere opsomming doet zien, welke hoogst belangrijke plaats door onze Maatschappij in het geestelijk leven van ons volk gedurende de eerste halve eeuw van haar bestaan werd ingenomen.

Alleen door het uitgeven van deze geschriften werd het beoogde doel evenwel nog niet bereikt. Immers de leden der Maatschappij, aan wie ze kosteloos of tegen geringen prijs werden toegezonden, behoorden voor het groote meerendeel tot den gegoeden burgerstand, tot de meer ontwikkelden, die behoorlijk onderwijs genoten op een fransche of latijnsche school. De groote massa van het volk : boeren, ambachtslieden, dienstbaren, waaronder zeer velen, die niet of slechts ternauwernood de lees- en schrijfkunst machtig waren, dus juist die groote groep, waarop de zorgende belangstelling van onze Maatschappij in het bijzonder gericht was, bleef buiten den Nutskring staan en nam geen kennis van den inhoud van bovengenoemde verhandelingen, die dan ook, hoewel dikwijls in zeer eenvoudigen vorm gekleed, grootendeels nog boven haar bevatting lag. Hoe nu deze volksklasse toch te bereiken, om haar „begrippen te veredelen", haar kennis te vermeerderen en zoodoende haar geluk te bevorderen ? Haarlem, de geboorteplaats van Jan Nieuwenhuyzen, deed daartoe reeds in 1791 den eersten, beslissenden stap door de stichting van een „Volksbibliotheek", die aan elk persoon, zonder onderscheid van geslacht, stand of godsdienst vrij en kosteloos boeken ter lezing gaf. Reeds in hetzelfde

Sluiten