Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een vroeger stadium in de ontwikkeling van de theorie, toen wij nog foutievelijk trachtten een statische oplossing te vinden. Met andere woorden, wij zouden de hypothese kunnen maken dat de ware waarde van X nul is. In dat geval zullen de waarnemingsgegevens indien zij voldoende nauwkeurig zijn, ons in staat stellen de kromming te bepalen.

Intusschen zijn noch de gemiddelde dichtheid, noch de mate der uitdijing op het oogenblik met voldoende nauwkeurigheid bekend, om een werkelijke bepaling mogelijk te maken, zelfs indien een dergelijke hypothese aangenomen werd. Alles wat wij kunnen zeggen is, dat indien de kromming klein is (zooals wij weten dat zij zijn moet omdat zij onmerkbaar is in onze omgeving met de gewone geometrische methoden) dat dan ook X klein moet zijn, en indien de kromming zeer klein is, dat dan ook X zeer klein moet zijn. Aan de andere kant moet, indien X zeer klein of nul is, ook de kromming zeer klein zijn en kan zij zelfs nul zijn voor zoover wij op het oogenblik kunnen zeggen.

Op het oogenblik is de quaestie van de bepaling van X en de kromming slechts van zuiver

Sluiten