Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

De geschiedenis van de historische levensidealen die gedurende de vijftiende en zestiende eeuw in Europa leefden, vermeldt een breede schare van leidinggevende personen. Op schier elk gebied verschijnen menschen van ongewone grootte. Onder deze reuzen heeft de kleine wijsgeer van Florence, Marsilio Ficino, zijn eigen welverzekerde plaats. Hij geldt als de man die de werken van Plato en Plotinus en van zoovele andere Platonici voor het Westen toegankelijk maakte door zijn vertalingen en commentaren. Zijn zelfstandige arbeid geeft hem recht op den naam van vader der wijsgeerige bezinning in den tijd der Renaissance. Toch had Ficino naar eigen overtuiging nog een andere taak, die hem zelf belangrijker voorkwam. De opbouw van een nieuwe theologie was zijn doel. De eindelooze strijdvragen en onvruchtbare syllogismen van de theologie zijner dagen hadden, naar zijn oordeel, een diep verval gebracht. Hij zocht nieuwe wegen en meende dat de Platonische wijsbegeerte de beste kentheoretische en metaphysische basis vormde voor de Christelijke godgeleerdheid. Hij heeft getracht den Bijbel naar de grondtekst te verstaan en oefende kritiek uit op de Vulgaat-tekst. De oude Kerkvaders heeft hij ijveriger bestudeerd dan de Sententiën en Decretalen. De op Aristoteles rustende Scholastiek, de vormelijkheid in den godsdienst en het materialisme, heeft hij met alle kracht bestreden. Voor de werken en gedachten van Paulus en Augustinus vroeg hij opnieuw de aandacht. Hij was de eerste Humanist die openbare lezingen over Paulus hield. Zijn Platonische theologie trachtte hij door krachtige propaganda in geheel Europa te verbreiden. Anders dan de meeste Humanisten zocht hij juist de groote massa te bereiken door prediking en door het vertalen van verschillende zijner werken in de volkstaal.

Vele dezer idealen werden ook gekoesterd door mannen als Wessel Gansfort, Faber Stapulensis, Robert Gaguin, Beatus Rhenanus, John Col et, Thomas Morus en Erasmus, en nog zooveel anderen van minder bekendheid. Zij hebben een belangrijk aandeel gehad in de beweging, die met den naam Renaissance des Christendoms wordt aangeduid. Het is opmerkelijk dat in de literatuur over deze geestesstrooming aan Ficino slechts een zeer bescheiden plaats wordt ingeruimd. Men achtte tot voor kort de be-

Sluiten