is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een soort bladerkrans, droeg dezen een poosje, en wierp hem dan in het vuur als een offer aan den Moeder-God. Elk dezer pieken had ook haar eigen bijzonder jaarfeest, dat veel geleek op een „Pardon" in Bretagne — een soort half-godsdienstige dorpskermis, waar de menschen uit alle deelen van het eiland heentrokken om gedurende twee of drie dagen feestmalen in de open lucht te houden, en zich kostelijk vermaakten. In één geval werd een eerbiedwaardige oude boom van ontzaglijken omvang en ongewoon volmaakten vorm als aan Diktynna gewijd beschouwd en werden onder zijn takken offers gebracht. Onder den boom werden groote hoeveelheden wierook gebrand, en men veronderstelde dat de bladen eenigerwijze den geur in zich opnamen en behielden; daarom werden zij, bij den bladerenval in het najaar, zorgvuldig verzameld en uitgedeeld aan het volk, dat hen beschouwde als talismans welke tegen kwaad beschermden. Het valt niet te ontkennen, dat deze gedroogde bladeren een krachtigen geur hadden, doch in hoeverre dit aan den wierook te danken was blijft een vraag.

Het volk was een knap ras, duidelijk van het Grieksche type. Hun kleeding was eenvoudig, want de mannen droegen gewoonlijk in het dagelijksch leven niets dan een lendendoek, behalve wanneer zij schitterende officieele gewaden aantrokken voor godsdienstige of andere feesten. De vrouwen droegen een kleed dat het geheele lichaam bedekte, doch wat het onderste gedeelte betreft eenigszins als een Indische ,,dhoti"*) was gemaakt, zoodat het meer deed denken aan een rokbroek.

Het binnenland van het eiland was bergachtig, niet ongelijk aan Sicilië, en muntte uit door natuurschoon. De bouwstijl was massief en de huizen waren eigen-

J) Lendendoek. (Vert.)