is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eenen vorm meer doen uitkomen en den anderen tijdelijk terugtrekken tot een staat van nog meer geheimhouding en verborgenheid. Eenige wezenlijke verandering was echter niet noodig.

Het Werk van Koning Numa.

Plutarchus zegt ons dat de Romeinsche Collegia oorspronkelijk gesticht werden door Numa Pompilius, den tweeden koning van Rome, die in de zevende eeuw v. Chr. leefde.1)

Voor onze hedendaagsche geschiedschrijvers is Numa een half-legendarische figuur, doch hij was een zeer werkelijke persoon en de ware stichter der Romeinsche Mysteriën, zoowel als van de handelsgilden. Plutarchus zegt omtrent zijn karakter:

„Hij was toegerust met een van nature zeldzaam gematigde en tot deugd geneigde ziel, welke hij nog meer bedwongen had door tucht, een strenge levenswijze en het bestudeeren der wijsbegeerte Hij

bande alle weelde en weekheid uit zijn eigen woning en, terwijl burgers zoowel als vreemdelingen in hem een onomkoopbaren rechter en raadsman vonden, gaf hij zich in het particuliere leven niet over aan genoegens of gewin, doch aan de vereering der onsterfelijke Goden en een redelijke overpeinzing van hun goddelijke almacht en goddelijken aard."2)

Numa was „voorzoover iemand dat in dien tijd kon zijn, zeer op de hoogte van alle wetten, zoowel de goddelijke als de menschelijke"3), zegt Livius, terwijl Dio Cassius ons vertelt dat hij de politieke en vreedzame instellingen van Rome vormde, zooals Romulus haar militaire loopbaan had geregeld.4) Bij al zijn

]) A. H. Clough: Plutarch's Life of Numa, Dl. I, blz. 152.

2) ld., blzn. 130-31.

') Livius. Bk. I, XVIII (Uitg. Loeb).

*) Dio's Roman History (Uitg. Loeb), blz. 29.