is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen een zekeren afkeer te gevoelen van de wijzere geloofsvormen welke aan alle behoeften tegemoet kwamen, en er van te denken dat zij onnoodig een deel der waarheid verbergen of deze niet aan de wereld gunnen. In den ouden tijd bestonden dergelijke denkbeelden niet; men erkende, dat alleen zij die aan een zekeren levensstandaard beantwoordden geschikt waren het hoogere onderricht te ontvangen, en degenen die dat onderwijs verlangden zetten zich aan het werk zich er voor te bekwamen. Kennis is macht, en de menschen moeten hun geschiktheid bewijzen voordat hun macht toevertrouwd zal worden. Want het doel van den geheelen opzet is: de menschelijke evolutie, en de belangen der evolutie zouden niet gediend worden door het openbaar maken, zonder onderscheid, van occulte waarheden.

Zij die vasthouden aan de bovenvermelde meening omtrent het Christendom, zijn niet bekend met de geschiedenis van de Kerk. Hoewel vele der oudste Christen schrijvers scherp vijandig staan tegenover de Mysteriën, verwerpen zij toch met verontwaardiging het denkbeeld dat zij in hun Kerk niets hebben dat waard is met dien naam bestempeld te worden en beweren zij dat hun Mysteriën in elk opzicht even goed, diepzinnig en ver-reikend zijn als die van hun „heidensche" tegenstanders. Clemens Alexandrinus zegt: „Hij die door den doop gelouterd is en daarna ingewijd in de kleine Mysteriën (dat wil zeggen: de gewoonten van zelfbeheersching en overpeinzing heeft aangenomen) wordt rijp voor de groote Mysteriën, voor de Epopteia of Gnosis, de wetenschappelijke kennis van God."1) Deze schrijver zeide ook: „Het is niet geoorloofd de Mysteriën van den Logos aan de profanen te onthullen."

') Clemens Alexandrinus: Vlechtwerken, V, 70, 7.

BIJDRAGEN DER VRIJMETSELARIJ