is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Thcosophical Society, in 1767 te Londen gesticht door BenedicteChastamer, een mystieke Vrijmetselaar; de Quietisten; de Tempelridders; eenige Macjonnieke vereenigingen.

„Men moet de hier opgesomde sekten en vereenigingen niet beschouwen als uitsluitend te behooren tot de eeuw waarin zij in bovenstaande classificatie voorkomen. Deze lijst bedoelt niets anders dan duidelijk te maken dat die sekten meer in het bijzonder op den voorgrond traden gedurende de eeuw waarin zij geplaatst zijn."1)

Weer schrijft Mevr. Cooper-Oakley, met groote waardeering van het door de Troubadours verrichte werk:

„Na den dood van Manes in 276 was er een innig verbond — zelfs een samensmelting — met eenige der leidende Gnostieke sekten, en hieruit komt het dooreenmengen voort van de twee belangrijkste stroomen van Oostersche Wijsheid. De eene kwam rechtstreeks door Perzië uit Indië; de andere doorliep dat wonderbare Egyptische tijdperk, werd verrijkt door de wijsheid der groote Hermetische leeraren, stroomde daarna in Syrië en Arabië binnen en van daar met vermeerderde kracht — vergaard uit de nieuwe goddelijke vermogens welke geopenbaard werden in het diepe mysterie van den gezegenden Heere Jezus — door Noordelijk Afrika in Europa en vond een verblijfplaats in Spanje, waar hij rustig kon bezinken. Uit dezen stam nu bloeide die rijkdom van uitdrukking in woord en zang waardoor de Troubadours — die Manichaeërs die de Esoterische Wijsheid, welke zij niet dorsten uit te spreken, in zang weergaven zich een onsterfelijken naam hebben verworven.

„Vervolgens zien wij, dat zij in sekten uiteengaan

]) Aangehaald werk, blzn. 27-29.