is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdragen uit de geschiedenis der vrijmetselarij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Bb. van den hoogsten graad werden genoemd: de Raad der Keizers van het Oosten en Westen, Souvereine PrinsVrijmetselaren, Substituten-Generaal van de Koninklijke Kunst, Groot-Opzieners en Officieren van de Groote Souvereine Loge van St. Jan van Jeruzalem; de ritus waarin zij werkten werd de Ritus van Volmaking of van Heredom genoemd.

Er was ook een Ambt of Rang van Groot-Inspecteur, doch er bestond geen graad van Souvereinen Groot InspecteurGeneraal vóór het begin der negentiende eeuw.

Bij het vormen van den Moeder-Opperraad te Charleston in 1801 werden nog acht Graden aan de 25° toegevoegd om het totaal te brengen op 33°. Men veronderstelt dat deze ontleend waren aan bronnen op het vasteland van Europa. In de meeste was vroeger reeds gewerkt onder een Groot Kapittel van Prins-Vrijmetselaren in Ierland. Zij verwierven de goedkeuring van het H. V. A. W. V..

Deze zijn:

23° Hoofd van den Tabernakel.

24° Prins van den Tabernakel.

25° Ridder van de Koperen Slang.

26° Prins der Genade.

27° Souvereine Commandeur van den Tempel.

29° Groote Schotsche Ridder van St. Andries.

31° Groot Inquisiteur Commandeur.

33° Souvereine Groot Inspecteur-Generaal.

BIJDRAGEN DER VRIJMETSELARIJ

20