is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens hunne wetten; met dien verstande, dat de Grootmeester-Nationaal werkzaam zijnde, of in de Opper-Graden, of in de Afdeelingen van den Meestergraad, nimmer en in geen geval, door hem, een Gedeputeerde Grootmeester-Nationaal zal kunnen worden benoemd voor het deel der Broederschap, aan welks arbeid hij geen deel mogt nemen, dan alleen bij keuze uit een tweetal BB.-, voorgedragen uit het ligchaam, aan welks hoofd deze Gedeputeerde Grootmeester-Nationaal zal gesteld wezen.

Artikel 11.

De verschillende deelen, bedoeld bjj art. 6 genieten onderling eene volmaakte onafhankelijkheid. Z\] maken, in hunne opperste collegiën, alle zoodanige huishoudelijke wetten en reglementen, als zij. behoudens de tegenwoordige bepalingen en de algemeene beginselen der Broederschap zullen geraden oordeelen.

Zij zorgen, naar aanleiding der punten van vereeniging, aangenomen ter Groote Loge van Bestuur, van den lOen d.d. 3e m. v. h. J. d. W. L. 5835, dat wederkeerig in die wetten en reglementen geene bepalingen voorkomen, welke inbreuk zouden kunnen maken op hetgeen de geheimhouding van beginselen en ceremoniën betreft, en dat bij voortduring alle middelen in het werk worden gesteld, om de eendragt en eensgezindheid tusschen de deelen der Broederschap te bevestigen en uit te breiden.

2. In het wetboek van het Groot Oosten van 11 Juni 1865 werden die Algemeene Bepalingen (art. 3—art. 11) gehandhaafd. Alleen kwam bij art. 8 eene toevoeging, omtrent het Beschermheerschap van br. ■. Frederik, Prins der Nederlanden.