is toegevoegd aan uw favorieten.

Het testament van de stervende moeder der broeder-uniteit, waarin zij, te midden van haar volk en naar haar bijzonder wezen haar levensloop voleindigd hebbende, de haar door God toevertrouwde schatten onder hare zonen en erfgenamen verdeelt.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn oprechtheid en ons treft door zijn stoute verbeelding en vergelijkingen. Hier wordt de stem eens klagenden gehoord, die evenwel de hoop niet opgeeft, noch voor de christengemeenschap, noch voor zijn vaderland. Er vaart' een eschatologisch-apokalyptische toon door deze regelen, zooals in vele dergelijke uit diepen nood geboren geschriften, die tot de schoonste van den laatreformatorischen tijd behooren.

De Broedergemeente wordt in dit geschrift voorgesteld als een stervende moeder, die hare zonen rondom hare sponde verzamelt, haar armoede naar de wereld betuigt en hen in ontroerende bewoordingen van vermaning, berisping, bemoediging en zegen toespreekt. De vele naar Polen uitgeweken Tsjechen hadden met hulp van gelijkgezinde Polen een Poolsche afdeeling der Broedergemeente gesticht. Tot deze gemeenschap richt de Moeder in § 12 hare ernstige woorden. Verder spreekt zij de roomsch-katholieke kerk toe (§ 14); de Duitsche (§ 16) en de Zwitsersche (§ 17) kerk noemt zij hare zusters. De stervende Moeder schenkt haren familieleden uit haar nalatenschap datgene, wat zij op grond van hunne deugden en ondeugden voor hen noodig oordeelt.

Men vindt in Comenius' werken meermalen citaten uit de apokryfe bijbelboeken. Het behoeft ons dus niet te verwonderen, het mystieke vierde boek van Esra hier aangehaald te zien (§ 6). Esra verkondigt hierin het Joodsche volk, dat God om hunne zonden de Heidenen in zijn plaats zal aannemen. Van Hamelsveld meent, dat met het hout des levens hetzelfde bedoeld is als den boom des levens in Openbaring XXII : 2.