is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antwoord : In den foetus bevindt zich in het ondergedeelte van de keel, juist boven het sternum of borstbeen, een klier, de thymusklier genaamd, die gedurende het tijdperk der zwangerschap het grootst is en langzamerhand, naarmate het kind ouder wordt, inkrimpt, totdat zij op of vóór het veertiende jaar volkomen verdwijnt, meestal wanneer de beenderen behoorlijk gevormd zijn. De wetenschap heeft zich het hoofd gebroken over het nut van die klier, en men heeft een paar theorieën ter verklaring gegeven. Een van die theorieën is, dat zij het materiaal voor de bereiding der roode bloedlichaampjes levert, totdat de beenderen in het kinderlichaam behoorlijk gevormd zijn, zoodat het zijn eigen roode bloedlichaampjes kan maken. Die theorie is juist.

Gedurende de eerste jaren heeft het Ego niet het volle bezit over het kinderlichaam, dat zijn eigendom is, en men erkent dan ook, dat het kind niet voor zijn daden verantwoordelijk is, ten minste niet vóór het zevende jaar, en later heeft men dit tot aan het veertiende jaar uitgebreid. Gedurende dien tijd wordt het kind door geen wettelijke verantwoordelijkheid voor zijn daden gebonden, en dat is goed ook, want het Ego, dat in het bloed zetelt, kan slechts door bloed van zijn eigen maaksel behoorlijk werken, zoodat, waar de bloedvoorraad in het kinderlichaam door de ouders door middel van de thymusklier verschaft wordt, het kind nog niet zijn eigen meester is. Zoo komt het, dat kinderen in de eerste jaren niet vaak over zichzelf als „ik" spreken, maar zich met het gezin vereenzelvigen : zij zijn Papa's kleine meisje, of Moeder's jongen. Een klein kind zegt: „Marietje wil dit" of „Jantje wil dat", maar zoodra zij den puberteitsleeftijd bereikt hebben en begonnen zijn hun eigen bloedlichaampjes te maken, hooren wij een jongen of meisje zeggen : „ik" wil dit doen, of „ik" wil dat doen. Vanaf dien tijd beginnen zij hun eigen ikheid te doen gelden en zich los te maken van het gezin.

Aangezien dus gedurende de kinderjaren het bloed zoowel als het lichaam, van de ouders geërfd wordt, worden ook de