is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillen lijken niet te overbruggen, en geven den scepticus groote voldoening, wanneer hij ze met een glimlach vol aanmatigend medelijden voor de arme onwetende dwazen, die dergelijken idioten nonsens gelooven, aanhaalt. Toch zijn de twee lezingen in werkelijkheid niet ongerijmd, zij vullen elkaar aan en zijn in overeenstemming met wetenschappelijke feiten. Het eerste verhaal behandelt het ontstaan van den vorm, het tweede hoofdstuk de ontwikkeling van het bewustzijn. De menschelijke vorm, zooals die nu samengesteld is, is de kroon der evolutie, opgebouwd op de basis van alle lagere vormen, die voorafgegaan zijn. Het Leven, de mensch, de Denker, is Zonder begin noch eind, eeuwig als God zelf, en dat Leven was hier vóór alle vormen, zooals het tweede scheppingsverhaal vertelt.

Wat den tijd betreft, waarin die schepping van den vorm volgens het zeggen plaats gehad heeft, leeren noch gelooven de Rozekruisers, dat die in zeven dagen, elk van vier en twintig uur, voltooid was, doch in ons stelsel van openbaring zijn zeven groote vervormingen van de aarde noodig, om de volkomen ontwikkeling van het zelfbewustzijn en van de ziele-kracht door de evolueerende geesten te kunnen voltrekken. Drie en een half van die tijdperken zijn besteed aan den opbouw dezer voertuigen ; de rest is noodig voor de ontwikkeling van het

bewustzijn. _

Het eerste vers van den Bijbel verkondigt, dat de aarde in het begin duister was en zonder bepaalden vorm. Dat was in het Saturnus Tijdperk, toen de beginnende vuurnevel bezig was zich uit de oer-substantie der ruimte te vormen.

Het derde vers leert ons, dat God zeide : „Daar zij Licht , een passage die veel bespot is als bewijs voor de onwetendheid van de schrijvers en de onvereenigbaarheid van het bijbelverhaal met wetenschappelijke feiten, want, zegt de spotter : „Als de zon en de maan niet eerder dan op den vierden dag geschapen werden, hoe kon er dan vóór dien tijd licht bestaan? Wij hebben echter niet te doen met de aarde, zooals zij thans