is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der rozekruisers in vragen en antwoorden. Uit het Engelsch vertaald door A. J. J. Hattinga Raven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichaam natuurlijk niet in trance te zijn, hoewel dit soms wel het geval is ; maar minstens één arm is aan de controle van een ontlichaamden geest, dien de aanzittende niet ziet, en die misschien niet is, waarvoor hij zich uitgeeft, overgelaten. Als een landlooper aan de deur kwam en ons trachtte over te halen ons huis te verlaten en hem toe te staan er eenigen tijd in te trekken, dan zouden wij zeker verontwaardigd weigeren, maar wanneer een landlooper uit de Begeerte Wereld ons vraagt ons meest waardevolle huis — ons lichaam — aan hem over te leveren, dan geven velen terstond toe, gevleid in de overtuiging, dat „een lieveEngel" hen bezocht heeft. Maar „lieve Engelen en waarachtige menschenvrienden zijn in de Begeerte Wereld al even dun gezaaid als hier. Men kan niet genoeg herhalen, dat de dood zelf geen vermogen tot verandering bezit, en dat een onwetende Indiaan b.v. niet plotseling alwetend wordt door het feit alleen, dat hij door den dood is heengegaan. Evenals het noodzakelijk is om te studeeren, ten einde m deze wereld kennis op te doen, zoo moeten ook de uitgetreden geesten zich terdege aangorden, indien zij begeerig zijn iets omtrent de omstandigheden in die wereld te weten te komen, en tenzij zij de vereischte hoeveelheid ervaring hebben opgedaan, zijn de gestorvenen al evenmin geschikt ons van daaruit te leiden, als zij het hier waren. Het veiligste is, zich niet af te geven met eenig negatief verschijnsel, al onze energie te concentreeren op het leven van het leven zelf, en die oefeningen te doen, die in ons het vermogen aankweeken die wereld naar welgevallen te betreden, hetzij dat wij in onze ijlere voertuigen er heen reizen, of haar helderziend waarnemen, terwijl wij nog in ons stoffelijk lichaam zijn. Dat beteekent vooruitgang ; zoodra wij dat vermogen bezitten, kunnen wij de ontlichaamde entiteiten van aangezicht tot aangezicht zien en voor onszelf beoordeelen, of het al of niet raadzaam is naar haar raadgevingen te luisteren. Tenzij wij dat kunnen, zijn wij in het nadeel en behoorde voorzichtigheid ons te leeren den veiligen weg te kiezen.