is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD

1130. In dit geheele hoofdstuk wordt gehandeld over de Oude Kerk en over hare voortplanting, vers 1.

1131. Zij, die een met den innerlijken overeenstemmenden uiterlijken godsdienst hadden, zijn de zonen van Jafeth, vers 2; en zij, die een meer van den innerlijken godsdienst verwijderden uiterlijken godsdienst hadden, zijn de zonen van Gomer en Javan, vers 3, 4; zij, die een nog verder verwijderden hadden, zijn de eilanden der natiën, vers 5.

1132. Zij, die de erkentenissen, de wetenschappelijke dingen en de riten vereerden, en van de innerlijke dingen scheidden, zijn de zonen van Cham, vers 6. Zij, die de erkentenissen der geestelijke dingen vereerden, zijn de zonen van Kusch; en zij, die de erkentenissen der hemelsche dingen vereerden, zijn de zonen van Raamah, vers 7.

1133. Er wordt gehandeld over hen, die een uiterlijken godsdienst hebben, waarin innerlijke boosheden en valschheden zijn; Nimrod is een dergelijke godsdienst, vers 8, 9; de boosheden in zulk een godsdienst, vers 10; de valschheden in zulk een godsdienst, vers 11, 12.

1134. Over hen, die uit wetenschappelijke dingen door redeneeringen bij zichzelven nieuwe godsdiensten uitdenken, vers 13, 14; over hen, die uit de erkentenissen des geloofs louter een wetenschap maken, vers 14.

1135. Over den uiterlijken godsdienst zonder den innerlijken, welke Kanaan is, en over de afstammingen van dezen godsdienst, vers 15, 16, 17, 18; over zijn uitbreiding, vers 19, 20.

1136. Over den innerlijken godsdienst, welke Schem is, en over diens uitbreiding, zelfs tot aan de tweede Oude Kerk, vers 21; over den innerlijken godsdienst en zijn afstammingen, welke, daar zij van de naastenliefde uitgaan, aan de wijsheid, het inzicht, de wetenschap en de erkentenissen toebehooren, die door de natiën zijn aangeduid, vers 22, 23, 24.

1137. Over een zekere Kerk, die in Syrië bestond, door Eber gesticht; deze Kerk is de tweede Oude Kerk te noemen. Haar innerlijke godsdienst is Peleg, de uiterlijke Joktan, vers 25; haar riten zijn de natiën, welke genoemd worden, vers 26, 27, 28, 29; de uitbreiding dezer Kerk, vers 30.