is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin zijn, opdat het godsdienst zij. De zonen van Jafeth, of de natiën en de volken, welke zonen van Jafeth genoemd worden, leefden onderling in wederkeerige naastenliefde, in vriendschap, in wellevendheid en in eenvoud, en vandaar ook was de Heer in hun godsdienst tegenwoordig, want wanneer de Heer in den uiterlijken godsdienst tegenwoordig is, dan is de innerlijke godsdienst in den uiterlijken, of stemt de uiterlijke met den innerlijken overeen. Het meerendeel der natiën was eertijds van dien aard, en heden ten dage zijn er ook nog, die den godsdienst in uiterlijke dingen stellen en niet weten wat de innerlijke godsdienst is, en wanneer zij het weten, er niet over nadenken; wanneer dezen den Heer erkennen, en den naaste liefhebben, is de Heer in hun godsdienst, en zijn zij zonen van Jafeth; wanneer zij echter den Heer loochenen, en alleen zichzelf liefhebben, en zich om den naaste niet bekommeren, en nog meer wanneer zij hem haten, is hun godsdienst een van den innerlijken geseheiden uiterlijke godsdienst, en zijn zij zonen van Kanaan of Kanaan ieten.

1151. Dat Gomer, Magog, Madai, Javan, Thubal, Meschech en Thiras even zoovele natiën waren, bij welke zulk een godsdienst was en door welke in den innerlijken zin even zoovele leeringen worden aangeduid, welke leeringen dezelfde waren als de riten, die zij heilig hielden, blijkt duidelijk uit het Woord, waarin deze natiën hier en daar genoemd worden, want hiermede wordt overal de uiterlijke godsdienst aangeduid, nu eens de met den innerlijken godsdienst overeenstemmende uiterlijke, dan weer de tegenovergestelde. Dat ook het tegenovergestelde daarmede wordt aangeduid, komt omdat alle Kerken, waar zij ook mochten zijn, in den loop van den tijd veranderden en wel in het tegenovergestelde. Dat de hier genoemde natiën niets anders beteekenen dan den uiterlijken godsdienst, bijgevolg hun leeringen, welke riten waren, kan, als gezegd, elders uit het W oord blijken, voornamelijk bij de Profeten. Aangaande Magog, Meschech, Thubal en Gomer aldus bij Ezechiël: „Men„schenzoon, zet uwe aangezichten tegen Gog, het land van „Magog, den vorst, het hoofd van Meschech en Thubal, „en profeteer over hem, en zeg: Zoo zegt de Heer Jehovih: „Zie, Ik ben tegen u, Gog, vorst, hoofd van Meschech en