is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden; en zij woonden aldaar, beteekent het leven.

1290. Dat de woorden: „als zij van het oosten heentogen beteekenen: toen zij zich van de naastenliefde verwijderden, blijkt uit de beteekenis van heentijgen en uit de beteekenis van het oosten in het Woord; dat heentijgen hier wil zeggen zich verwijderen, is duidelijk, daar het gezegd wordt van de naastenliefde, die het oosten is, vanwaar zij heentogen.

1291. Dat het oosten de van den Heer uitgaande naastenliefde beteekent, blijkt uit hetgeen eerder is aangetoond in de nrs. 101 en 1250.

1292. Dat de woorden: „zij vonden een dal in het land Schinear beteekenen, dat de godsdienst onreiner en profaner was gewbrden, blijkt uit de beteekenis van het dal en uit de beteekenis van het land Schinear. Wat het woord dal betreft: in het Woord beteekenen de bergen de liefde of de naastenliefde, daar zij de hoogste, of, wat hetzelfde is, de binnenste dingen in den godsdienst aanduiden, zooals eerder in nr. 795 is aangetoond. Vandaar beteekent het dal hetgeen beneden den berg is of hetgeen lager is, of, wat hetzelfde is, hetgeen meer uiterlijk is in den godsdienst. Het land Schinear beteekent echter den uiterlijken godsdienst, waarin het profane is, zooals eerder in nr. 1183 werd aangetoond; derhalve beteekenen hier de woorden: „zij vonden een dal in het land Schinear" dat de godsdienst onreiner en profaner is geworden. In het eerste vers was sprake van de Kerk, dat zij van eenerlei lip en eenerlei woorden was, of van eenerlei leer in het algemeen en in het bijzonder; in dit vers wordt echter gehandeld over de afwijking der Kerk, namelijk dat zij heentogen van het oosten, dat wil zeggen, dat zij zich van de naastenliefde begonnen te verwijderen; want naarmate de Kerk, of de mensch der Kerk, zich van de naastenliefde verwijdert, verwijdert zich zijn godsdienst van het heilige, of nadert ziJn godsdienst het onreine en profane; dat de woorden: „zij vonden een dal in het land Schinear" de afwijking van de Kerk of van den godsdienst naar het profane beteekenen, vindt hierin zijn oorzaak, dat een dal een zekere laagte tusschen de bergen is, die, als gezegd, de heilige dingen der liefde of de heilige dingen der naastenliefde in den godsdienst aanduiden; zooals ook blij-

7