is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan zulk eene algemeenheid kunnen deel hebben erkennen zij die dingen, maar voor zoover zij er niet aan kunnen deel hebben of niet hoop hebben er deel aan te hebben, maken zij zich los, om de zooeven aangegeven reden, dat niemand van hen iets waars heeft, maar een ieder het valsche in plaats van het ware, en het booze in plaats van het goede; dit nu is de beteekenis der woorden dat de man niet hoort de lip van zijnen metgezel.

1323. Vers 8. En Jehovah verstrooide hen van daar ovei- de aangezichten der gansche aarde; en zij hielden op de stad te bouwen. Jehovah verstrooide hen over de aangezichten der gansche aarde, beteekent hier als eerder, dat zij niet erkend werden; en zij hielden op de stad te bouwen, beteekent, dat een dergelijke leer niet werd aangenomen.

1324. Dat de woorden „Jehovah verstrooide hen over de aangezichten der gansche aarde" beteekenen, dat zij niet erkend werden, blijkt uit hetgeen eerder bij vers 4 gezegd is, alwaar dezelfde woorden staan.

Dat !de woorden „zij hielden op de stad te bouwen" beteekenen, dat een dergelijke leer niet werd aangenomen, blijkt uit de beteekenis van de stad, namelijk dat zij de leer is, zooals eerder is aangetoond in nr. 402; voorts uit hetgeen hierboven bij vers 4 en 5 gezegd is aangaande het bouwen van de stad en van den toren. Hieruit blijkt, dat een dergelijke leer, of een dergelijke godsdienst, die innerlijk eigenliefde of zelfverheerlijking bevat, bij deze Oude Kerk niet werd toegelaten, en wel om de in het navolgende vers aangegeven reden.

1325. Vers 9. Daarom noemde Hij haren naam Babel, want aldaar verwarde Jehovah de lip der gansche aarde; en van daar verstrooide hen Jehovah over de aangezichten der gansche aarde. Daarom noemde Hij haren naam Babel, beteekent zulk een godsdienst; want Jehovah verwarde de lip der gansche aarde, beteekent den staat dezer Oude Kerk, namelijk dat de innerlijke godsdienst begon te gronde te gaan; de aarde is de Kerk; en van daar verstrooide 'hen Jehovah over de aangezichten der gansche aarde, beteekent, dat de innerlijke godsdienst teniet was gegaan.

1326. Dat de woorden: „Daarom noemde Hij haren naam Babel zulk een godsdienst beteekenen, namelijk