is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemd, die een dergelijken godsdienst hadden. Hun godsdienst was van dien aard als de godsdienst, die later bij de nakomelingen van Jakob werd hersteld; en de hoofdzaak van hun godsdienst bestond hierin, dat zij hun God Jehovah noemden en dat zij offeringen hadden. De Oudste Kerk erkende eensgezind den Heer, en noemde Hem Jehovah, zooals ook uit de eerste hoofdstukken van Genesis en elders in het Woord blijkt. De Oude Kerk, dat wil zeggen, de Kerk die na den vloed bestond, erkende ook den Heer, en noemde Hem Jehovah, voornamelijk zij, die een innerlijken godsdienst hadden en de zonen van Schem werden genoemd; de overigen, die in een uiterlijken godsdienst waren, erkenden ook Jehovah en vereerden Hem; maar toen de innerlijke godsdienst uiterlijk werd, en nog meer toen hij afgodisch werd, en toen elke natie haar god begon te krijgen, dien zij aanbad, behield de Hebreeuwsche natie den naam van Jehovah, en noemde zij haren God Jehovah, en hierin onderscheidde zij zich van de overige natiën. De nakomelingen van Jakob hadden, in Egypte, met den uiterlijken godsdienst ook dit verloren, dat hun God Jehovah werd genoemd, ja, ook Mozes zelf. Vandaar dat zij vóór alle dingen hierin werden onderwezen, dat Jehovah de God der Hebreërs was, en de God van Abraham, van Izak en van Jakob, zooals blijkt uit het volgende bij Mozes: „Jehovah zeide tot Mozes: Gij zult „ingaan, gij en de oudsten van Israël, tot den koning „van Egypte, en gijlieden zult tot hem zeggen: Jehovah, „de God der Hebreen, is ons ontmoet, en nu, ik bid u, „laat ons gaan den weg van drie dagen in de woestijn, „en onzen God Jehovah offeren" (Exod. 3 : 18). Bij denzelfde: „Farao zeide: Wie is Jehovah, wiens stem ik „hooren zou, om Israël te laten trekken? Ik ken Jehovah „niet, en ik zal ook Israël niet laten trekken; en zij „zeiden: De God der Hebreen is ons ontmoet; ik bid u, „laat ons heentrekken den weg van drie dagen in de „woestijn, en onzen God Jehovah offeren (Ex°d. 5 : 2, 3). Dat Jakobs nakomelingen in Egypte met den godsdienst ook den naam van Jehovah verloren hadden, kan uit het volgende bij Mozes blijken: „Mozes zeide tot God. „Zie, wanneer ik kom tot de zonen Israëls, en zeg tot „hen: De God uwer vaderen heeft mij tot ulieden ge-