is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand kan in verzoeking komen, tenzij het booze hem aankleeft; wie niets van het booze heeft, kan ook niet het minste van een verzoeking hebben; het is het booze, dat de helsche geesten opwekken. Bij den Heer was hoegenaamd niets van het daadwerkelijke of eigen booze, dat bij alle menschen is, maar alleen het erfbooze van de moeder, hetgeen hier genoemd wordt de Kanaaniet, toen in het land. Men zie hierover hetgeen boven bij het eerste vers in nr. 1414 is gezegd, namelijk dat er twee soorten van het overgeërfde bestaan, welke den mensch worden aangeboren, het eene van den vader en het andere van de moeder; dat van den vader blijft in eeuwigheid, dat van de moeder wordt door den Heer verstrooid, wanneer de mensch wordt wedergeboren; maar hetgeen de Heer van Zijnen Vader overerfde was het Goddelijke, en dat wat Hij van de moeder erfde, het booze, waarvan hier sprake is, en waardoor Hij verzoekingen onderging; men zie hierover Markus 1: 12, 13; Matth. 4:1; Lukas 4 . 1, 2. Maar Hij had, als gezegd, hoegenaamd niets van het daadwerkelijke of eigen booze, en ook niets van het erfbooze van moederswege, nadat Hij door verzoekingen de hel had overwonnen; daarom wordt hier gezegd dat het toen was, namelijk „de Kanaaniet was toen in het land". De Kanaanieten waren diegenen, die aan de zee en aan den oever der Jordaan woonden, zooals blijkt bij Mozes: „De wedergekeerde verspieders zeiden: Wij „kwamen in het land, waarheen gij ons gezonden hebt, „en voorwaar het is van melk en honig vloeiende, en dit „is zijne vrucht; behalve dat het een sterk volk 'is, het„welk in het land woont, en de steden zijn vast en zeer „groot; en ook hebben wij daar kinderen van Enak ge„zien; Amalek woont in het zuiden, en de Chethiet, 'en „de Jebusiet, en de Emorriet woont op den berg; en de ,,Kanaxiniet woont aan de zee, en aan den oever der Jordaan (Num. 13 : 27, 39, 29). Dat de Kanaanieten aan de zee en aan den oever der Jordaan woonden, beteekent vandaar het booze bij den uiterlijken mensch, zooals het erfbooze van moederswege is, want de zee en de Jordaan waren de grenzen. Dat het booze, hetwelk van dien aard is, door den Kanaaniet wordt aangeduid, blijkt ook bij Zacharia: „Er zal geen Kanaaniet meer zijn in het huis „van Jehovah Zebaoth te dien dage" (14 : 21), alwaar