is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„riep honger over het land, Hij brak allen staf des „broods" (Psalm 105 : 16); den staf des broods breken staat voor het berooven van het hemelsche voedsel; want het leven van de goede geesten en van de Engelen wordt door geen ander voedsel onderhouden, dan door de erkentenissen van het goede en ware, en door de goedheden en waarheden zelf; vandaar de beteekenis van den honger en van het brood in den innerlijken zin. Bij denzelfde: „Hij heeft de begeerige ziel verzadigd, en de „hongerige ziel met goed vervuld" (Psalm 107 : 9), voor hen die naar erkentenissen verlangen. Bij Jeremia: „Hef „uwe handen op voor de ziel uwer kinderkens, die in „onmacht gevallen zijn van honger aan de hoeken van „alle straten" (Klaagl. 2 : 19), honger voor het gebrek aan erkentenissen, straten voor waarheden. Bij Ezechiël: „Zij zullen zeker wonen, en er zal niemand zijn, die ze „verschrikke, en Ik zal hun eene plant van naam ver,,wekken, en zij zullen niet meer weggeraapt worden „door honger in het land" (34 : 28, 29), dat wil zeggen dat zij niet meer van de erkentenissen van het goede en ware verstoken zullen zijn. Bij Johannes: „Zij zullen „niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten" (Openb. 7 : 16), aangaande het Rijk des Heeren, waar men overvloed heeft van alle hemelsche erkentenissen en van alle hemelsche goedheden, aangeduid met niet hongeren, en van alle geestelijke waarheden, aangeduid met niet dorsten. Desgelijks zegt de Heer bij Johannes: „Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal niet „hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer „dorsten" (6 : 35). Bij Lukas: „Zalig zijt gij, die nu „hongert, want gij zult verzadigd worden' (6 : 21). Bij denzelfde: ,,Hongerigen heeft Hij met goedheden „vervuld" (1 : 53), alwaar sprake is van de hemelsche goedheden en de erkentenissen daarvan. Dat honger gebrek aan erkentenissen beteekent, wordt duidelijk bij Amos gezegd: „Ziet, de dagen komen, en Ik zal eenen „honger in het land zenden, niet eenen honger naar „brood, noch dorst naar wateren, maar om te hooren „de woorden van Jehovah" (8 : 11, 12).

1461. Dat de woorden: „en Abram daalde af naar Egypte, om daar als vreemdeling te verkeeren" het onderricht in de erkentenissen uit het Woord beteekenen, blijkt