is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1466. Dat de woorden: „En het geschiedde, als hij naderde, om in Egypte te komen", beteekenen, toen Hij begon te leeren, blijkt uit de beteekenis van Egypte, namelijk dat het de wetenschap der erkentenissen is, en wanneer in verband daarmede van naderen wordt gesproken, kan het niets anders beteekenen.

1467. Dat Egypte de wetenschap der erkentenissen is, blijkt uit hetgeen bij het vorige vers omtrent Egypte is gezegd en aangetoond.

1468. Dat de woorden: „en hij zeide tot Sarai, zijne vrouw", beteekenen, dat Hij aldus dacht omtrent de waarheden, welke aan de hemelsche dingen zijn toegevoegd, blijkt uit de beteékenis van Sarai, wanneer zij Abrams vrouw genoemd wordt; in den innerlijken zin des Woords beteekent de echtgenoote niets anders dan het aan het goede verbonden ware, want de verbinding van het ware met het goede gedraagt zich niet anders dan als een huwelijk; wanneer in het Woord de echtgenoot genoemd wordt, beteekent dè echtgenoot het goede en de echtgenoote het ware; wanneer echter niet de echtgenoot genoemd wordt, maar gezegd wordt „man", beteekent hij het ware, en zijne vrouw het goede, en zulks bestendig in het Woord, zooals ook eerder in nr. 915 is gezegd. Daar hier A'bram is genoemd, beteekent zijne vrouw Sarai het ware; derhalve beteekent „tot zijne vrouw Sarai zeggen" in den innerlijken zin aldus denken omtrent de waarheden, waarmede dè hemelsche dingen zijn verbonden. Het is een waar historisch verhaal, dat Abram aldus tot zijne vrouw heeft gesproken, toen hij naar Egypte reisde, maar, als gezegd, al de historische vermeldingen des Woords zijn van uitbeeldenden aard, en alle woorden zijn van aanduidenden aard; er zijn geen andere geschiedenissen aangehaald, in geen andere orde en door geen andere woorden uitgedrukt, dan die, welke in den innerlijken zin deze verborgenheden uitdrukken.

1469. Dat zijne vrouw Sarai het ware is, dat toegevoegd is aan de hemelsche dingen, welke zich bij den Heer bevonden, blijkt uit hetgeen thans over de beteekenis van „zijne vrouw Sarai" is gezegd. Dat er gesproken wordt van het aan de hemelsche dingen toegevoegde ware, komt omdat al het ware reeds te voren bij den Heer