is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2 : 18), alwaar desgelijks, zooals de oorlog voor de worstelingen, de verschillende oorlogswapenen voor die dingen staan, welke tot de geestelijke worsteling behooren, en die verbroken worden, wanneer de mensch met het ophouden van de begeerten en valschheden in de kalmte van den vrede komt. Bij David: „Aanschouwt „de werken van Jehovah, die verlatingen op aarde aandicht; die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde „der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee „slaat, de wagenen met vuur verbrandt" (Psalm 46 : 9, 10), desgelijks. Bij denzelfde: „In Schalem is de woonplaats Gods, en Zijne woning in Zion; aldaar heeft Hij „verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en „het zwaard, en den krijg" (Psalm 76 : 3, 4). Daar de priesters den Heer uitbeeldden, die alleen voor den mensch strijdt, werd hun ambt een krijgsdienst genoemd, Num. 4 : 23, 35, 39, 43, 47. Dat alleen Jehovah, dat wil zeggen, de Heer, den duivel bij den mensch bestrijdt en overwint, wanneer de mensch in de worstelingen der verzoekingen is, is eene vaststaande waarheid, hoewel het den miensch iniet zoo toeschijnt, want ook niet het minste kan den mensch van booze geesten worden aangedaan, dat niet met toelating geschiedt, en er kan hoegenaamd niets door de Engelen worden afgewend dan alleen door den Heer, zoodat het alleen de Heer is, die alle worsteling doorstaat en overwint, hetgeen ook herhaaldelijk is uitgebeeld door de oorlogen, welke de zonen Israëls veerden tegen de natiën; dat Hij Alleen het is, is ook bij Mozes gezegd: „Jehovah, uw God, die „voor u wandelt, Hij zal voor u strijden" (Deut. 1 : 30); bij denzelfde: „Jehovah, uw God, die met u wandelt, „om voor u te strijden tegen uwe vijanden, om u te „verlossen" (Deut. 20 : 4), voorts bij Jozua, bijv. hfdst. 23 : 3, 5. Want al de oorlogen aldaar, welke zij voerden tegen de afgodendienende inwoners van het land Kanaan, beeldden de worstelingen van den Heer met de hel uit, voorts bijgevolg de worstelingen van Zijne Kerk en van de menschen der Kerk; dienovereenkomstig wordt ook bij Jesaja gezegd: „ Gelijk als een leeuw, „en een jonge leeuw over zijnen roof brult, wanneer de „volle menigte der herderen tegen hem te zamen snelt, „voor wier stem hij niet verschrikt wordt, en voor wier