is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den: „er kwam een ontkomene en boodschapte het" niet anders beteekenen dan dat de Heer gewaarwerd. Wat in den uiterlijken mensch voorvalt, wordt de inwendige mensch gewaar alsof iemand het hem om zoo te zeggen boodschapte. De Heer, die innerlijke gewaarwording had van alles, wat geschiedde, wist duidelijk, van welken aard en vanwaar de dingen waren, welke bij Hem bestonden; zoo bijvoorbeeld of iets boos beslag nam van de neigingen van den uiterlijken mensch, of iets valsch van zijn erkentenissen; Hij moest aldus noodwendig weten van welken aard en vanwaar het was, maar ook, welke booze geesten dit booze en valsche opwekten, en hoe zij het opwekten, en zoo meer; want dergelijke dingen en nog ontelbare andere zijn den Engelen niet verborgen, en nauwelijks den menschen, die hemelsche gewaarwording hebben, hoeveel te minder den Heer.

1702. Dat Abram de Hebreër de inwendige mensch is, aan wien de innerlijke of Goddelijke mensch is toegevoegd, kan uit de beteekenis van Abram den Hebreër blijken, of uit den bijnaam van Abram, namelijk dat hij hier de Hebreër wordt genoemd. Waar in hetgeen voorafgaat en volgt van Abram sprake is, wordt hij niet_ de Hebreër genoemd, maar alleen hier; daarom wordt iets zeer bepaalds bij den Heer door Abram den Hebreër uitgebeeld en aangeduid. Uit den innerlijken zin kan blijken, wat wordt uitgebeeld en aangeduid, namelijk dat het de aan den innerlijken of Goddelijken toegevoegde inwendige mensch is, zooals ook uit het verband in den innerlijken zin kan blijken. De Hebreërs worden in het Woord genoemd, wanneer iets van dienstbaarheid, van welken aard het ook zijn mag, wordt aangeduid, zooals uit hetgeen volgt kan blijken. De inwendige mensch is van dien aard, dat hij den innerlijken of Goddelijken mensch dienen moet, weshalve hier de inwendige mensch Abram de Hebreër wordt genoemd. Wat de inwendige mensch is, weet nauwelijks iemand, zoodat het in het kort gezegd zal worden; de inwendige mensch houdt het midden tusschen den innerlijken en den uiterlijken mensch; door den inwendigen mensch heeft de innerlijke mensch gemeenschap met den uiterlijken; zonder deze bemiddeling kan er nooit eenige gemeenschap bestaan. Het hemelsche is van het natuurlijke onderscheiden en nog meer van het