is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leefde. Ik werd gewaar, dat hij zich aan de studie had gewijd en sprak daarover met hem; maar toen werd hij plotseling in de hoogte geheven, waarover ik mij verwonderde, en ik onderstelde, dat hij tot diegenen behoorde, die naar hooge dingen streefden, want dezulken worden gewoonlijk in de hoogte geheven; of dat hij den Hemel voor de allerhoogste hoogte had gehouden, dezulken worden eveneens gewoonlijk in de hoogte geheven, opdat zij daaruit mogen weten dat de Hemel niet in de hoogte, maar in het innerlijke is. Maar weldra bemerkte ik, dat hij tiaar de engelengeesten werd verheven, die zich vooraan een weinig naar rechts op den eersten drempel des Hemels bevinden. Van daaruit sprak hij vervolgens met mij, en zeide dat hij verhevener dingen zag dan het menschelijke gemoed ooit zou kunnen vatten; toen dit geschiedde, las ik het eerste hoofdstuk van Deuteronomium over 'het Joodsche volk, namelijk dat mannen waren uitgezonden om het land Kanaan en wat daarin was, te verspieden. Toen ik -dit las, zeide hij dat hij niets gewaar werd van hetgeen in den zin der letter is, maar dat hij de dingen ontwaarde, die in den geestelijken zin zijn, en dat het wonderen waren, die hij niet beschrijven kon. Dit geschiedde op den eersten drempel van den Hemel der engelengeesten; hoe moet het dan wel zijn in dien Hemel zelf, en hoe in den Engelenhemel! Toen begonnen eenige geesten, die bij mij waren en die te voren niet geloofd hadden dat het Woord des Heeren van dien aard is, berouw te gevoelen, dat zij niet geloofd hadden; zij zeiden in dezen stamt, dat zij geloofden, omdat zij dien geest hadden hooren zeggen, dab hij had gehoord, gezien en waargenomen dat het zoo is. Andere geesten echter volhardden nog in hun ongeloof, en zeiden dat het niet zoo was, maar dat het fantasieën waren; daarom werden ook dezen plotseling opgeheven, en, van daar uit met mij sprekende, bekenden zij, dat het allerminst fantasieën waren, daar zij in werkelijkheid gewaar werden, dat het zoo is, en wel met een scherper gevoel dan ooit aan eenig zintuig in het leven van het lichaam gegeven zou kunnen Worden. Spoedig daarop werden ook anderen in denzelfden Hemel geheven, en onder hen bevond er zich een, dien ik in het leven van het lichaam had gekend; deze betuigde hetzelfde, en zeide onder meer dat hij van ver-