is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hernelsche dingen als vaten te kunnen dienen. Evenzoo is het ook gesteld met den godsdienst der rechtschapen heidenen, met hun leerstellingen en zeden, ja zelfs met hun afgoden; de Heer laat deze insgelijks onaangetast, en nochtans maakt Hij ze door de naastenliefde geschikt om ook tot vaten te dienen; desgelijks was het gesteld met het meerendeel der riten in de Oude Kerk, en later in de Joodsche Kerk, die op zichzelf niets anders waren dan godsdienstige gebruiken, waarin het ware niet was, en die werden geduld en toegelaten, ja zelfs bevolen, daar zij door hun ouders voor heilig werden gehouden, en aldus in hun gemoed van kindsbeen af als waarheden waren ingeplant en ingeprent. Deze en dergelijke dingen zijn het, welke worden aangeduid met de woorden, dat de vogels niet verdeeld werden; want de dingen, die eenmaal in de meening van den mensch zijn geplant en voor heilig worden gehouden, laat de Heer, wanneer zij niet tegen de Goddelijke orde ingaan, onaangetast, en hoewel er geen wederkeerige betrekking en overeenstemming plaats heeft, past Hij ze toch aan. Ook deze dingen zijn het, die in de Joodsche Kerk daarmede werden aangeduid, dat bij de offeringen de vogels niet gedeeld werden, want verdeelen is tegen elkander over leggen zoodat de deelen behoorlijk overeenstemmen. En daar de onderhavige dingen geen behoorlijke overeenstemmingen zijn, worden zij in het andere leven bij hen, die zich laten onderwijzen, verwijderd, en de waarheden zelve in de neigingen tot het goede ingeplant. Dat de vogels ook in de Joodsche Kerk niet gedeeld werden, vanwege deze uitbeelding en beteekenis, blijkt bij Mozes: „Indien zijne gave voor „Jehovah een brandoffer van den vogel is, en hij zal „brengen van de tortelduiven of van de zonen der duiven. „en zal ze klieven met zijne vleugelen, niet deelen" (Levit. 1 : 14, 17); desgelijks bij de zondoffers (Levit. 5 : 7, 8).

1833. Yers 11. En het gevogelte kwam neder op de lichamen, en Abram joeg die weg. Het gevogelte kwam neder op de lichamen, beteekent de boosheden en de valschheden daaruit, die vernietigen wilden; en Abram joeg die weg, beteekent, dat de Heer ze verdreven heeft.

1834. Dat „het gevogelte kwam neder op de lichamen" de boosheden en de valschheden daaruit beteekent, die vernietigen wilden, blijkt uit de beteekenis