is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke hen in beslag nemen, die in erkentenissen zijn, en bedoeld wordt: hoeveel grooter deze duisternis is dan die van genen of der heidenen, die geen erkentenissen hebben. Desgelijks bij denzelfde: „De zonen des ko„ninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste „duisternis" (8 : 12; hfdst. 22 : 13), buitenste duisternis voor de afgrijselijker valschheden dergenen, die in de Kerk zijn, want deze verduisteren het licht, en brengen valschheden tegen de waarheden bij, hetgeen de heidenen niet kunnen. Bij Johannes: ,,In Hem was het leven, en „het leven was het licht der menschen, doch het licht „schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft hetzelve niet begrepen" (1 : 4, 5), duisternis voor de valschhedön binnen de Kerk. De valschheden buiten de Kerk worden ook duisternis genoemd, maar het is duisternis die verlicht kan worden, waarover bij Mattheus: „Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot „schijnsel gezien, en dengenen, die zaten in de streek en „schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan" (4 : 16), duisternis voor valschheden der onwetendheid, zooals die der heidenen. Bij Johannes: „Dit is het oor„deel, dat het licht in de wereld gekomen is, maar de „menschen hebben de duisternis liever gehad dan het „licht, want hunne werken waren boos" (3 : 19), het licht voor de waarheden, en de duisternis voor de valschheden; en het licht staat voor den Heer, omdat van Hem al het ware komt, de duisternis staat voor de hellen, omdat vandaar al het valsche komt. Bij denzelfde: „Jezus zeide: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, „zal niet in duisternis wandelen" (8 : 12). Bij denzelfde: „Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis „u niet bevange; want wie in duisternis wandelt, weet „niet, waar hij heengaat; Ik ben een licht, in de wereld „gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de „duisternis niet blijve" (12 : 35, 36, 46). Het licht staat voor den Heer, van wien al het goede en ware komt, de duisternis staat voor de valschheden, welke door den Heer alleen verstrooid worden. De valschheden der laatste tijden, die hier duisternis worden genoemd, of in verband waarmede van een schrik van groote duisternis gesproken wordt, zijn uitgebeeld en aangeduid door de duisternis die over de geheele aarde werd, van de