is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het inwendig ware is; wat echter in het bijzonder door Sarai, door de echtgenoote Sarai en door de meesteres Sarai, wordt aangeduid, kan niet beschreven worden, daar het met geen voorstelling te vatten is; het gaat, als eerder gezegd, boven het verstand, zelfs van de Engelen. Hier wordt alleen aangeduid hoe de Heer dacht over de schijnbaarheden, die het eerste redelijke bij Hem in beslag hebben genomen, namelijk dat zij niet te vertrouwen waren, maar alleen de Goddelijke waarheden zelf, hoezeer zij aan dit redelijke ook als ongeloofelijk zouden voorkomen. Aldus is het met alle Goddelijke waarheden gesteld; wanneer het redelijke daarover wordt geraadpleegd, kunnen zij nooit geloofd worden, want zij gaan al zijn bevattingsvermogen te boven; zoo bijvoorbeeld dat geen mensch, geen geest en geen Engel uit zichzelf leeft, maar alleen de Heer, en dat het leven van mensch, geest en Engel een schijn van leven bij hen is; dit staat het redelijke, dat naar begoochelingen oordeelt, tegen, maar toch moet men het gelooven, daar het waar is. Het is een Goddelijke waarheid, dat oneindig vele dingen in elk woord des Woords schuilen, hoe eenvoudig en grof het den mensch ook toeschijnt, ja zelfs dat daarin meer is dan in den ganschen Hemel, en dat de verborgenheden, daarin verscholen, zich voor de Engelen van den Heer uit kunnen vertoonen met een voortdurende verscheidenheid tot in eeuwigheid. Dit is voor het redelijke zoo ongeloofelijk, dat het er nooit eenig geloof aan wil schenken, maar toch is het waar. Het is een Goddelijke waarheid, dat nooit iemand voor zijn goede daden in het andere leven beloond wordt, wanneer hij er een verdienste in stelde, en wanneer hij ze uit winstbejag, om de eer of den goeden naam gedaan heeft; en dat nooit iemand gestraft wordt voor zijn booze daden, wanneer hij uit een waar goed oogmerk handelde; het zijn de einddoelen, die in aanmerking genomen worden, en daarnaar worden de daden afgemeten; ook dit kan door het redelijke niet geloofd' worden, maar daar het waar is, is het redelijke niet te vertrouwen, omdat het niet naar de innerlijke, maar naar de uiterlijke dingen zijn gevolgtrekkingen maakt. Het is een Goddelijke waarheid, dat wie in het andere leven naar de kleinste vreugde streeft,