is toegevoegd aan uw favorieten.

Hemelse verborgenheden (arcana coelestica) in de heilige schrift of het woord des Heeren, onthuld hier vooreerst die in genesis, alsmede de wonderlijke dingen, gezien in de wereld der geesten en in den hemel der engelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eigenliefde deelt niets aan anderen mede, maar zij dooft en verstikt de verlustigingen en gelukzaligheden der anderen; elke verlustiging, die van anderen bij hen invloeit, nemen zij in zich op, concentreeren haar in zich, verdraaien haar in het vuile van hun ik, en zorgen dat zij niet verder verbreid wordt; aldus vernietigen zij alle eensgezindheid en alle saamhoorigheid; vandaar verdeeldheid en bijgevolg vernietiging; en daar een ieder van hen door de anderen gediend, vereerd en aangebeden wil worden, en niemand dan zichzelf liefheeft, ontstaat daaruit ontbinding die haar einde vindt en zich vertoont in jammerlijke staten, zoodat zij geen grooter vermaak kennen dan de anderen uit haat, wraakzucht en wreedheid op afgrijselijke manieren en met afgrijselijke fantasieën te martelen. Wanneer dezulken tot eenig gezélschap komen, alwaar wederkeerige liefde heerscht, worden zij, daar alle invloeiende verlustiging in hen haar einde vindt, als onreine en doode massa's in een reine en levende sfeer, vanzelf uitgeworpen; en daar een vuile voorstelling van hen uitwasemt, verandert hun verlustiging aldaar in lijkenstank, tengevolge waarvan zij hun eigen hel ruiken, behalve dat zij door een vreeselijken angst worden aangegrepen; hieruit kan blijken van welken aard de eigenliefde is, namelijk dat zij niet alleen vernietigend is voor het menschelijk geslacht, zooals boven in nr. 2045 aangetoond, maar ook vernietigend voor de hemelsche orde, en dat aldus in haar niets dan onreinheid, vuilheid, ontwijding en de hel zelve is, ofschoon het hun, die daarin zijn, niet zoo toeschijnt. Diegenen zijn in de eigenliefde, die anderen, bij zichzelf vergeleken, verachten en hen, die hen niet begunstigen, dienen, en hun een zekere vereering bewijzen, haten, en er een wreed vermaak in vinden, zich te wreken en anderen van eer, goeden naam, rijkdom en leven te berooven; zij die in gene liefde zijn, zijn ook in deze dingen, en zij die in deze dingen zijn, dienen te weten dat zij in gene liefde zijn.

2058. Dat de woorden: „en dezelve ziel zal uit hare volken uitgeroeid worden" den eeuwigen dood beteekenen, blijkt uit de beteekenis van de ziel, zijnde het leven, waarover nrs. 1000, 1040, 1742; en uit de beteekenis der volken, zijnde de waarheden, waarover nrs.