is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Christendom der Rozekruisers. No. 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De drie theorieën zijn:

1. De Materialistische Theorie, die beweert, dat het leven een reis is van den moederschoot tot aan het graf, dat het denkvermogen het resultaat is van bepaalde stoffelijke processen; dat de mensch de hoogste intelligentie in de cosmos is, en dat die intelligentie ophoudt te bestaan, als het lichaam bij den dood ontbindt.

2. De Theologische Theorie, welke zegt, dat er bij iedere geboorte een nieuw-geschapen ziel, pas door Gods hand gevormd, het strijdperk des levens binnentreedt; dat ze aan het eind van een korten tijd van leven in de stoffelijke wereld door de poort des doods het onzichtbare hiernamaals ingaat, om daar voor goed te blijven, en dat haar geluk of ellende daar voor alle eeuwigheid afhangt van haar geloof, vlak voor den dood.

3. De Theorie der Herbelichaming, die leert, dat elke ziel een integreerend deel van God is, dat zij alle goddelijke mogelijkheden ontvouwt, zooals een zaad de plant ontplooit; dat die latente vermogens door middel van herhaalde belichamingen in een steeds volmaakter stoffelij ken vorm, langzamerhand tot werkdadige vermogens worden ontwikkeld; dat niemand verloren gaat, maar dat alle Ego's ten slotte de volmaking en hereeniging met God zullen erlangen, alle ondervinding met zich dragend, opgedaan gedurende hun pelgrimsreize door de stof.

Wanneer we de materialistische theorie met de bekende wetten der natuur vergelijken, bevinden we, dat die strijdig is met die onveranderlijke wetten, welke ons leeren, dat stof en kracht niet vernietigd kunnen worden. Volgens deze wetten kan de geest niet, zooals de materialistische theorie beweert, bij den dood te niet gaan, want als niets verdelgd kan worden, dan is de geest daaronder begrepen.

Bovendien is de geest blijkbaar de meerdere van de stof, want hij vormt het gelaat, zoodat dit de spiegel van den geest wordt; ook is het bekend, dat de deeltjes van ons lichaam voortdurend veranderen, zoodat dit ten minste eens in de zeven jaar

HET RAADSEL VAN LEVEN EN DOOD