is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruisen, repr. liet touw dat de Christus bij Zijn kruisgang om den hals droeg. Alleen gedragen door bisschop, priester en deken. Het is de band, die Geest en stof verbindt.

Het Koorkleed, pluviales of cappa, cape, pallium, oorspronkelijk eene bedekking tegen den regen, zooals uit den naam blijkt, is een rijk geborduurd opperkleed, gedragen bij verschillende gelegenheden. De rijke ornamenteering is wel geschikt om priesterlijke praal en waardigheid uit te drukken. In oosmischen zin symboliseert het het hemelgewelf.

De Alb is een wit linnen, geborduurd, nauw sluitend kleed, dat over het onderkleed gedragen wordt en bijna even lang is. Het moet de reinheid aanduiden van den priester, die het altaar bestijgt. Het repr. het witte kleed dat Herodes Jezus omhing, toen hij Hem tot Pilatus zond.

De Amice — van amicere = binden, een wit linnen doek, soms voorzien met een geborduurden stijven rand; ze wordt over het hoofd en de schouders gedragen; ze repr. den sluier, dien de joden over Jezus hoofd wierpen toen ze Hem sloegen; ook repr. ze de bespotting van het Hoogere door het Lagere.

De Gordel symboliseert het touw waarmee Christus gebonden werd in den tuin van Gethsemaneh. Ze repr. de machteloosheid der persoonlijkheid — tegenover de wereld, — van den vóór de inwijding staanden candidaat.

De Cliasable of Casula, van soupele zijde, fluweel of goudstof; het rijkste opperkleed van den priester, dat zijn borst, schouders en rug bedekt. Ze repr. zoowel het purperkleed waarmee de soldaten den Christus bekleedden, als Zijn „kleed zonder zoom". Het geborduurde kruis op den rug is gewoon of Y vormig; de priester die den dienst leidt is de vertegenwoordiger van Christus en draagt daarom het kruis.

Manipulus, manipel, armband (stool) ziet er uit als een smalle stola doch veel korter; ze is ook geborduurd met 3 kruisen. Ook de deken draagt haar over den arm. Ze repr. het koord waarmee Christus bij zijne geesteling gebonden was.

De Dalmatiek en de Tuniek zijn de opperkleederen, door den deken en den subdeken gedragen; op den rug gewoonlijk een vierkant gehouden borduursel met een IHS of een Zon in het midden. Het is de overgang tot de priesterlijke waardigheid, de laatste stap vóór de volle priesterwijding.

Het Altaarkleed, 't Corporeal en 't Pallium repr. het linnen dat voor Christus' begrafenis gebruikt werd.

De Bisschopsstaf is de „herdersstaf". Die van den aartsbisschop is nog bovendien van een kruis voorzien.