is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grovere wereld, die voor hem zoo langen tijd het eenige reëele was, verdwijnt uit zijn bewustzijn als een droom, naarmate hij voortschrijdt op het smalle pad dat tot het Wezen voert.

Hij behoudt op dien tocht zijn eigen individueel karakter, uitgedrukt in zijn eigen kleurengamma, 't welk schittert in zijne twaalf Zodiacale kleuren als een stofje in een zonnestraal. En de zon, maan en de planeten zorgen voor rijkelijke afwisseling op het veld van maya.

Daar zijn twee hoofdtrillingen in de Veelheid der Natuur, — de „trilling" van den Vader en die van den Zoon; die van den Vader is die der oeratomen waaruit het lichaam is opgebouwd en die van den Zoon is de „trilling" van het lichaam als geheel.

Trilling wil hier zeggen het onophoudelijk afwisselen van openbaringstoestand, — van zijn en niet zijn, dat aan het kleinste zoowel eigen is als aan het grootste. De Vader is dus, zoo te zeggen, de elementaire trilling, die het Universeele Leven daarstelt terwijl de Zoon deze eenheden van Universeel leven tot groepen verzamelt en tot eendrachtig samenwerken opvoedt. Dat is het middel dat tot Universeele Liefde voert!

Onder 't chap. Edele steenen als symbolen hebben wij in de kristallen de primitieve ontwikkeling der Persoonlijkheid gezien en aangenomen, dat het voertuig of liohaam waardoor deze zich uitspreekt, zich ontwikkelt naarmate de Persoonlijkheid groeit. Als voorbeeld van overgang van kristal tot plant en dier kunnen de trillingsfiguren van t chap. Geluid, Trilling dienen. Ze werden door Prof. dr. Gysï en mij te Zürioh door middel der metalen slingers van Lissajous vervaardigd met het doel, den rhytmus in plant- en dier-vormen op te sporen.

Elke planeet — als één der kernen gedacht der cel, die wij ons zonnestelsel noemen, 't welk niets meer is als eene maya-cel in het maya-lichaam des Heelals — zendt hare eigene trilling uit en is even onmisbaar in de groote curve des Heelals, als elke Mensah dat is in de kleine curve der menschheid, — hij moge geheel of niet geheel onwetend zijn. Hoe onbeteekenend ook zijne rol moge schijnen, hij is onmisbaar; want de curve zou geen curve zijn, ze zou uiteenvallen, wanneer slechts één element daaruit werd weggenomen en — de menschheid zou opgehouden hebben te bestaan. ,

Ook dit moge als een bewijs voor de onsterfelijkheid gelden.

Onze analogie nog verder doorvoerend, kunnen wij, met betrekking tot de Godheid eene schrede doen, die ons mogelijk het Groote Mysterie nog een weinig nader brengt. We