is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keurig het kind — vanaf zijne geboorte — te bestudeeren, kan men veel van de geschiedenis der menschheid te weten komen, zoowel aangaande zijn vroegeren lichaamsbouw als aangaande de ontplooiing van zijn bewustzijn, lang voor de tijden waarvan de oudste geschiedenis gewaagt.

Bij het kind is in 'de vroege jeugd geen spoor van kleurenconceptie aanwezig en evenmin bij de oude volkeren; de hemel was voor hen niet blauw, doch zwart. De woorden blauw, blau, blue stammen van een woord dat zwart beteekent; (R. Bucke) bet Chineesche woord voor blauw — hi-u-an — beteekende vroeger zwart. Enkele wilde stammen van CentraalAfrica verkeeren nog in den toestand van het kind dat nog kleuren-blind is. In den tijd van Xenophanes en Aristoteles kende men nog slechts drie kleuren, Democrites kende er vier (Max Müller). Het eerst ontw. zich de perceptie voor rood, doch het blauw kwam eerst zeer laat; gewoonlijk kan men naar den kleurenzin een volk beoordeelen.

In 't algemeen genomen, neemt thans de menschheid het eerste octaaf van kleur waar en 't zal mettertijd nog twee octaven leeren waarnemen, waarvan .heit ultrarood en 't ultraviolet resp. de hoogste en laagste trillingshoogte hebben; — twee 'werelden van kleur openen zich dan voor den mensch, eene hoogere en eene lagere! Natuurlijk kan men ook naar de volmaaktheid der taal de ontwikkeling van een volk beoordeelen en in zekeren zin ook naar de fijnheid van den reuk, want de reuk ontwikkelt zich bij een kind nog later dan het kleurgevoel. De statistiek leert, dat er onder 100 schoolkinderen c.a. 25 kleuren-blind zijn, terwijl er onder 100 volwassenen slechts 4 kleurenblind worden aangetroffen. Velen nemen aan, dat tusschen de ontwikkeling van den kleuren- en den reukzin der menschheid, duizenden van jaren verliepen.

Gedurende den eersten tijd na zijne geboorte is de mensch feitelijk nog geheel dier; eerst na de zevende maand beginnen zich de hoogere dierlijke eigenschappen te ontwikkelen, als schaamte, spijt, toorn etc., — eigenschappen die we ook bij onze huisdieren aantreffen. Eerst met zijn zevende jaar begint hij zich bewust te worden van zijne persoonlijkheid. Er zijn nog volksstammen die nooit zoover komen, bij wie de reukzin nog zeer primtiief en de taal nog geheel onontwikkeld is.

Naarmate de menschheid moreel hooger stijgt en lagere, dierlijke eigenschappen transmuteert in hoogere, menschelijke, — sterven de daarmee overeenkomende plant- en diersoorten — die dus de symbolen dier eigenschappen waren — uit; want