is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

VI. HET VERBAND TUSSCHEN DE ROZEKRUISERS EN DE VRIJMETSELAREN.

Het is niet moeilijk nog meer overeenkomst te vinden tusschen de beide Orden, dan w|ij reeds aantroffen. Katsch toont aan,, dat vele symbolen buiten de hierboven genoemde, en waarvoor analogieën te vinden zijn in de oude Vrijmetselarij, werden gebezigd door de Rozekruisers.

Fludd zegt in zijn .„Clavis Philosophiae": „Het is onmogelijk dat wij tot het hoogere leven kunnien opklimmen, zonder de tusschenschakels der natuur. Uit die schakels of treden was de Jacobsladder samengesteld;, en ook de keten, die aan den troon van Zeus bevestigd was en tot de aarde reikt.'' Ook de „Fania" spredkt van de Jacobsladider.

De passer komt ook bij Fludd voor. evenals de sleutel, de „ware Davjdssleutel",. waarmede het boek der zeven zegelen kan worden geopend.

Bij Fludd treffen wij nog de zon zin: ,,Wanneer heden het Oude Testament gelezen wtordl wordt het niet verslaan, en blijft de blinddoek voor de oogen der lezers. Bekeerqn zij z|ich tot den Heer. dan valt die blinddoek."

Frisjus gebruikt symbolisch de ruorma, letterlijk vertaald, winkelhaak. Met den voorganger der Rozekruisers. Lullius (zie zijn „Testamentum Novjissimium"),, wijst hij op God als den Bouwmeester des Heelals. Het „Summum Bonurni" bespreekt den rechlhoe' kagen grond- of hoeksteen en bevat heel dé ethische steensymboliek." Bouwt u zelf op als een geestelijken tempel uit levende s'teenen, op Christus, de bockstelen', roep(t Frisius den broederjen toe.

Zijn werk noemt de ware Ma^ie (Magiërs zijn Wijzeni. tevens Koningen; dus Magie is gelijk met Wijsheid of Ivonïnklijke kunst), de Kabbala, e.n de Chemie, de drie voortreffelijke zuilen van den Tempel der Wijsheid', gebouwd op den bezielden berg. Het oudste Conslitutieboek der Vrijmetselaren zegl. dat de Bouwmeester des Heelals. aan

Adam naar zijn beeld geschapen, de meetkunde, in heit hart legde, wcdfco uitloopt op de Koninklijke Kunst, de Mathesis en de Kabbala.

Juljus de Campis schrijft over den symbolischen spiegel: „Wie goddelijke wijsheid betracht, ziet als in een spiegel zijne toekomstige heerlijkheid van het eeuwige leven." Van zijnfe inwijding als B. C. zegt hij: „,Ik reisde naar het Oosten, het Zuiden, het Wleslien en de Middernacht (Noorden)." i Hij verklaart ook, dat de deur niet openstaai voor wie komen met ongewasschen handen, of met een gemoed dal aan geld hangt (handwasch al » reinigingsbeeld en aflegging der metalen).

In het „Speculum Bhodo-Staurotieon" van S c h w e i g h a r tv die door zij ne nauwe betrekkingen met de Broederschap R. G. veel over haar weet mede te deeleri. komt voor over het Collegium of Losament (Loge) der Rhodostaurarische (Rozekruisers) Broeders, waar men ingaat „den nieuwen Heliae. der nieuwe opgaande Zon tegemoet" Dit candidaatsinii'reöten geschiedde: ,mit er öff neten Herzien (linkerborst), enlblössten Haupt (de meesters droegen toen een hoed) und nackenden Füssen"

Maier spreekt in „Themis aurea" van de notae of herkenningsteiekens der R. C.; het kenwoord werd „gespeld'' en in zijn „Silentium post clamores'' bespreekt hij het gr aden stelsel; er waren , broeders, tevens orde-leden", br.oedera. niet orde-leden" (denkelijk dlie niet alle regelen aannamen) en de ^haerecïes" (erfgenamen of opvolgers)

Iedier die aangenomen werd; meldt de ^Asserlion'". moest „seines Lö'ibes machtig und freyer Herr" zijn', m.ai.w, zonder lichamelijke gebreiden (nog in Amerika de eisch bij de Vrij'mietseJarij) en vrij man.

Het zoeken en aankloppen wordt herhaaldelijk in de „Fama" en in de „Clavis Philosophiae" symbolisch gebruikt.