is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief aan Prof. G.J.P.J. Bolland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u, Prof. Bolland, en de Christenen ; al zijn daar tegenwoordig zeer veel uitzonderingen op, vooral de élite, in Nederland; en het woord Jood is vaak scheldwoord. Maar het woord „gooi" beteekent eenvoudig „volk" ; wordt in den Bijbel ook van Israël zelf gebezigd, Gen. 35 : 11, Dt. 4 : 6, Jos. 3:17, 4:1, 10 : 13, Jerem. 31 : 35, Tsef. 2 : 9 enz. : het meervoud „gojim" wordt van Israëls stammen gebruikt: Gen. 35 : 11, Ezech. 35 : 10 enz.; overwegend echter bedoelt het: niet-Joodsche volkeren, in tegenstelling met het Joodsche. Vandaar dat het later de beteekenis krijgt: nietJoodsche volkeren en dan, geïndividualiseerd: een lid van een niet-Joodsch volk, niet-Jood, meervoud : niet-Joden. Dat is alles.

Bolland ib. Fritsch.

En zonder stille verwen- ?

sching geeft de echte Jood ook geen bescheid over de wet.

Deze onwaarheid schijnt van u zelf te zijn. Waar ge dien zotten onzin vandaan hebt, weet ik niet. Tenzij 't een soort korte samenvatting moet wezen van Fritsch blzz. 334 — 336, waar hij met tal van mededeelingen en beweringen — evenveel leugens — aantoont, dat de Joden alles in het werk stellen, om hun Talmoed en Sjoelchan aroeg geheim te houden.

Ja, misschien hebt ge er wel eens iets van gehoord, dat een heiden, die Tora leert, den dood schuldig is (niet: gedood wordt), uit Sanh. 59a? Een heiden! En de reden? Vermoedelijk, omdat men, op ervaring steunende, vreesde, dat dat Tora-leeren niet uit edele motieven voortkwam, zooals b.v. wel bij Aquilas, tegen wiens Tora-leeren niemand bezwaar maakt (Tanchoema Misjpatiem § 5); maar de bedoeling had, om, zooals Eisenmenger, Rohling, Fritsch en u, Professor, met leugen en laster in 't rond te gooien en een massa kwaad te doen. Vermoedellijk daarom ook het: „Men geeft de woorden der Tora niet over aan heidenen" (Chagg. 12,a) — dat door geen één der decisoren gecodificeerd is!

Intusschen volgt daar in Sanh., 59a, dadelijk: „Hoe weten „we, dat de heiden, die Tora leert, als de hoogepriester is