is toegevoegd aan uw favorieten.

De oorsprong der Grieksche wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan bijv. in Ps. 77:19 is bedoeld.1 Hij vooronderstelt in Babel eene mythologie betreffende het uitspansel; allereerst hebben wij hier voor ons doel te bedenken, dat van den noordelijken hemelpool, die het punt voor de gebedsrichting nog der Nabateeën is geweest, Anoe de Babylonische hemelgod zijnen zetel heeft gehad, en daar somwijlen ook Nabó, de hemelsche geheimschrijver en bode, gedacht werd; voorts behoorde het hoogste hemelpunt (Nibiru) ook aan Nimoerta (Ninib), of Kronos. Naar het zeggen van Dio Chrysostomus (in diens 36ste rede) hadden de Magiërs bespiegelingen over den wagen van Zeus, die bespannen was met vier dravers, welke zich zonder ophouden in een bepaalden kring voortbewogen; daarbij gewaagt hij van iEons rusteloozen kringloop. Dit zal misschien de zaak verkeerd voorstellen: Zrwèin (iEon) zal allicht de voerman en *DjÊtws (zsug) de wagen hebben geheeten; in allen gevalle doet hij ons hier denken aan de gevleugelde Tijdbeelden der mysteriën en de gevleugelde wereldas der door Hippolytus besprokene astrotheosophen. En wij begrijpen meteen, van waar de Grieksche wijsbegeerte de aanstootelij kheid heeft gehad, die omtrent 1140 Jehuda hal-Lewi heeft doen schrijven: „Ga niet naar der Grieken wijsheid. Bloesems heeft zij, maar geen vruchten. Hare vrucht is, dat geen wezen aarde of hemel ooit gewelfd heeft, dat in ongeschapen wereld eindeloos de manen wisselen. Hoort gij die verkeerde wijsheid, léég wordt dan uw hart en nuchter." 2 Bij Eusebius

') Bij Pherecydes heeten de teekenen van den dierenriem <Jy>?voü Sa/iata. „Babylonii hsec signa in quibus exaltantur singuli (planetse) domus eorum esse voluerunt." (Firmicus Maternus adv, Math. 2:3.) Binnen den dierenriem, namelijk, blijven de bewegingen der aan de ouden bekende vijf planeten.

2) „Vervloekt, wie varkens fokt en zijnen zoon de Grieksche wijsheid leert!" Misjna Sanh. 11:1, Baba Qamma 82:2.